INTERN REGLEMENT

1. ALGEMEEN:

Een voetbalploeg kan niet zonder regels en richtlijnen. KSKL TERNAT wil een correcte en positieve uitstraling hebben. De eerste vereiste is dat de regels voor iederéén

duidelijk zijn. Zowel van de spelers, de ouders en de begeleiders verwachten wij een constructieve houding. Deze regels staan tevens vermeldt op de jeugdwebsite van

KSKL Ternat.

2. REGELS VOOR SPELERS EN BEGELEIDERS:

Bij aankomst en vertrek van wedstrijden of trainingen groeten de spelers steeds de trainer en de afgevaardigde. De kantine wordt niet betreden met voetbalschoenen.

Roken is niet toegestaan. Enkel de spelers die moeten trainen of een wedstrijd spelen komen in de kleedkamers. Sieraden worden niet gedragen tijdens training of

wedstrijd. Waardevolle voorwerpen worden niet achtergelaten in de kleedkamers. Studie en voetbal gaan samen. Zorg dus voor een goede planning en stel je

prioriteiten. Breng je trainer op de hoogte. Zorg goed voor je voetbaluitrusting. Schoenen moeten proper zijn. Zorg voor schoeisel dat aangepast is aan het veld.

Onbeschofte taal is verboden. Ga je niet akkoord, wordt je gepest of heb je andere problemen, kaart het aan bij je trainer of TVJO of JC. Iedere speler is verplicht zich te

douchen na een wedstrijd of training. Uitzonderingen voor medische redenen worden steeds gemeld aan de trainer.

3. TRAININGSDISCIPLINE:

Het trainingsschema opgelegd door de TVJO en JC’s samen met de trainer werd vastgelegd moet gevolgd worden. De trainer zal zeker iederéén persoonlijk verwittigen

bij eventuele wijzigingen in zijn schema. Consulteer regelmatig de website voor eventuele wijzigingen. Actief deelnemen aan de trainingen zal een belangrijk element

zijn in de evaluatie van de jeugdspeler. Ten laatste 15 min voor de aanvang van de training zal de speler aanwezig zijn. Verhinderd door ziekte of andere reden = tijdig

melden aan de trainer. Breng steeds aangepaste kledij mee in functie van het veld en/of weersomstandigheden. De spelers wachten in de kleedkamers tot ze de

toestemming krijgen van de trainer om zich naar het speelveld te gaan. Douches en kleedkamers blijven proper. Het zijn geen speelruimtes. Geroep en getier moeten

beperkt blijven. Steeds respect hebben voor de personen die de infrastructuur onderhouden. De kleedkamers moeten steeds afgesloten worden en de sleutel blijft in

het bezit van de trainer of afgevaardigde. Enkel met toestemming van de trainer of afgevaardigde wordt het trainingsveld verlaten tijdens de training. Het is niet

toegestaan het trainingsveld te betreden wanneer er nog andere ploegen aan het trainen zijn.

4. WEDSTRIJDDISCIPLINE: 

Voor iedere wedstrijd is elke jeugdspeler gekleed met de training van KSKL Ternat. Bij thuiswedstrijden zijn alle spelers aanwezig een uur voor het aanvangstijdstip. Bij

uitwedstrijden zijn de spelers 15 minuten voor het vertrek aanwezig op de plaats dat afgesproken werd met de trainer. Iedere speler moet steeds zijn identiteitskaart

bij zich hebben. Anders mag betrokkene niet deelnemen aan de wedstrijd. Wedstrijduitrusting is eigendom van de club en is “je” identificatie met de club … draag er

zorg voor !! Zorg steeds voor een goede uitstraling tijdens de wedstrijd. Shirt in de broek, kousen omhoog en propere schoenen. Fair play is van groot belang, zelfs al

“vecht” je voor de overwinning tijdens een wedstrijd. Tijdens de wedstrijden zijn er geen discussies toegestaan met trainers, scheidsrechters, publiek, medespelers of

tegenstanders. Discussies op het terrein zullen door de trainer onmiddellijk maar gepast aangepakt worden. Elke speler legt zich te allen tijde neer bij het gezag van de

trainer.

5. REGELS VOOR OUDERS: 

Niet alleen aan de trainers vragen wij een deontologische code te volgen. Ook de ouders moeten zich houden aan enkele regels. Wij vragen aan de ouders een positieve

belangstelling, maar geen overdreven aandacht voor de prestatie van hun zoon of dochter. Wij vragen een rustig gedrag aan de bezoeker van onze jeugdwedstrijden. Na

afloop, zowel bij overwinning als bij verlies, een sportieve houding aannemen. Geen negatieve kritiek of opmerkingen geven op eigen spelers, tegenstanders,

afgevaardigden, trainers, scheidsrechters en/of op andere ouders. Vermijd hoorbare commentaar, die ingaat tegen het advies van de trainer of de club…het brengt de

speler in de war. Bepaalde aspecten rond een probleem kunnen altijd besproken worden met de trainer of de TVJO, zonder dat de jeugdspeler er bij betrokken is. Met

een infobrochure die bij aanvang van het seizoen wordt uitgedeeld aan de ouders, trachten we hen via 10 geboden te sensibiliseren en te betrekken bij onze taak om

onze spelers op te voeden en hen in een positief klimaat hun favoriete sport te laten beoefenen.

DE 10 GEBODEN VAN “ DE OUDER(S) “

1. Opvoeding.

De ouders hebben de belangrijkste maar tevens ook de moeilijkste taak: de opvoedkundige taak. Wij verwachten daarom dat de ouders mee waken over het naleven

van de gemaakte afspraken.

2. Prioriteiten.

Studies hebben altijd voorrang op voetbal !

Wij vragen wel dat elke afwezigheid tijdig aan de trainer of jeugdcoördinator wordt gemeld. Meldt ons ook problemen op school zodat desgevallend een aantal gepaste

afspraken kunnen gemaakt worden met de speler om de studie en sport te combineren.

3. Voorbeeld.

Uiteraard mag er gesupporterd worden langs de lijn. Geef daarbij als ouder wel het goede voorbeeld. Toon respect voor ieders eigenheid: het gebruik van obscene,

beledigende of racistische taal is ten strengste verboden. Als club zullen wij bovendien enkel positieve aanmoedigingen toelaten.

4. Overleg.

De trainer is verantwoordelijk voor de sportieve beslissingen. Laat je waardering voor de trainer blijken door je niet te mengen in de opstelling, speelwijze en coaching.

Kunt u zich niet vinden in bepaalde beslissingen, dan is de jeugdcoördinator bevoegd.

5. Eerbied voor ‘het kind’.

Dwing kinderen nooit om uw ambities waar te maken. Laat je kind gewoon kind zijn: het moet nog veel leren. Help ze vertrouwen te krijgen, benadruk het plezier en

vermijd prestatiedruk. Geef steun bij tegenslagen en relativeer goede prestaties.

6. Deelnemen.

Help de trainer en afgevaardigde(n) waar je kan. Steek ook een handje toe bij extrasportieve activiteiten en moedig je kind aan dat eveneens te doen. Voetbal bij KSKL

TERNAT is naast een sportief evenzeer een sociaal gebeuren.

7. Interesse.

Toon belangstelling en ga regelmatig mee naar een training of wedstrijd.

8. Niveau.

Laat de kinderen sporten op hun niveau. Heeft je kind talent, dan merkt iemand het wel op. Blijf zelf realistisch!

9. Groepsgeest.

Leer kinderen groepsinzet: voetbal is een teamsport. Maak je kind duidelijk dat sport meer is dan winnen of verliezen: het gaat om teamspirit, vriendschap en

samenwerking. Straf daarom je kind niet door het bijwonen van trainingen en/of wedstrijden te verbieden.

10. Positief.

Blijf te allen tijde positief tegenover scheidsrechter en lijnrechters. Ook al maken ze misschien fouten, respecteer hun beslissingen. Blijf tijdens de wedstrijd op veilige

afstand, achter de omheining of binnen de afgebakende zone.

“OPVOEDING“ + “POSITIEF ZIJN”

6. FAIRPLAY CHARTER:

De spelers beoefenen op een gezonde agressieve manier hun sport. Ongecontroleerd geweld of overdreven agressie worden bestraft met onmiddellijke verwijdering

van de trainingen, wedstrijden of club. Wij wensen te accentueren dat onze club Fair-Play hoog in het vaandel draagt. Daarom kunt u hierna het Fair-Play Charter van de

FIFA en UEFA vinden welke wij als club onderschrijven en welke ophangt op het infobord in de kantine.

10 GEBODEN VAN DE JEUGDTRAINER

1. Elke speler is even belangrijk. Dus geven we de uitleg en de demo steeds voor allemaal samen. De trainer zorgt er ook voor dat hij iedereen ziet en dat alle spelers de

uitleg horen of de demo zien.

2. Geef de uitleg en demo tegelijkertijd (of laat de spelers demonstreren). Houdt dit zo kort mogelijk (en laat de oefening zo snel mogelijk starten).

3. Laat de spelers zelf tijdens de demo de sterke en zwakke punten van de uitvoering vaststellen.

4. Zorg voor uitdagende vormen ("Wie kan …?").

5. Spreek de taal van het kind. Gebruik beeldspraak bij de jongste.

6. Moedig de spelers altijd aan. Een positieve coaching zorgt voor succeservaring.

7. Durf te coachen zodat ze voelen dat je hen wil helpen.

8. Geef tijdens de wedstrijd(vormen) geen richtlijnen aan speler aan de bal voordat hij zijn actie verricht. Laat hen zelf de oplossing vinden.

9. Bij een leergesprek worden de doelstellingen geëvalueerd (na een vorm of na de training). Laat hen actief deelnemen en vermijd dat het een luistergesprek wordt.

10. Hou de score goed bij (ze spelen om te winnen) en waak ook over de reglementen.

Deze 10 geboden van de jeugdtrainer hangen, ondertekend door alle jeugdtrainers, ter inzage op het informatiebord in de kantine van de jeugdcampus van KSKL Ternat

en staan vermeldt in de infobrochure, die elke jeugdtrainer voor aanvang van het seizoen ontvangt van de club.

8. 10 GEBODEN VAN DE AFGEVAARDIGDE

1. Vertegenwoordiger.

Als afgevaardigde heb je een voorbeeldfunctie: je bent het uithangbord van de club en als club verwachten we dan ook dat je steeds hoffelijk en respectvol opstelt. Je

zorgt ervoor dat de spelers de reputatie van KSKL TERNAT positief uitstralen en zich zowel op als naast het voetbalveld voorbeeldig gedragen.

2. Assisteren.

Je bent de rechterhand van de trainer die de sportieve leiding heeft.

Jouw taak als afgevaardigde bestaat er voornamelijk in de spelers te begeleiden en aan te moedigen; je laat het coachen over aan de trainer.

3. Onthaal.

De afgevaardigde staat in voor het onthaal van de scheidsrechter en tegenstrever bij thuismatchen. Je verwelkomt en begeleidt hen, voorziet hen van drank tijdens de

rust en na de match en biedt hulp waar nodig. Blijf steeds positief, enthousiast en vooral sportief, zowel tegenover de scheidsrechter als de tegenpartij.

4. Uitrusting & materiaal.

Draag zorg voor wedstrijdballen, waterzak en banden (wit/rood/driekleur), reservekledij. Houdt waardevolle voorwerpen (GSM, horloge) in bewaring tijdens de match.

5. Administratie.

Vervul de administratieve taken ernstig, stipt en correct. Tot jouw administratief takenpakket horen ondermeer: invullen en controleren van het scheidsrechtersblad,

beheer identiteitskaarten, bijwerken spelersfiches, assistentie bij aangifte ongeval, ...

6. Toezicht.

Hou toezicht op de veiligheid en integriteit van de spelers. Wees alert (bijvoorbeeld toegang tot kleedkamers). Zie anderzijds ook toe op het naleven van de regels en

afspraken. Hou strikt toezicht op de orde & netheid (douche nemen, opruimen) en waak over de discipline onder de spelers.

7. Terreinafgevaardigde.

Bij thuiswedstrijd fungeert de afgevaardigde als terreinafgevaardigde.

Waak erover dat het speelveld voldoet aan de reglementering (hoekschopvlaggen, verankeren doelen, ...). Veiligheid vóór alles!

8. Verzorger.

Lever bijstand en eerste hulp bij ongevallen of kwetsuren. Je kan daarbij terugvallen op onze EHBSO brochure. Op de club is steeds een EHBSO‐koffer aanwezig

9. Vertrouwenspersoon.

Bied een luisterend oor, bemiddel bij problemen en overleg met het clubbestuur, trainer en ouders. Een afgevaardigde fungeert als spreekbuis van de ploeg bij het

bestuur. De afgevaardigde zegt wat hij doet, en doet wat hij zegt. Daarbij zorg je er voor steeds jouw autoriteit te bewaren!

10. Organisatie.

In overleg met trainer en bestuur sta ja in voor de praktische organisatie en communicatie. Uitnodigingen voor wedstrijden, afspraken omtrent vervoer en veilige

verplaatsingen, ... Je biedt verder ook ondersteuning bij de verschillende extrasportieve clubactiviteiten en coördineert met spelers en ouders.

Deze 10 geboden van de afgevaardigde liggen ondertekend door alle afgevaardigden, ter inzage, in het secretariaat van de kantine van de jeugdcampus van KSKL Ternat

en staan vermeldt in de infobrochure, die elke afgevaardigde voor aanvang van het seizoen ontvangt van de club.

9. VERVOER

1. VERVOER VAN KINDEREN MET DE AUTO:

Als trouwste supporters van uw kind verwachten we als sportvereniging dat u er mee voor zorgt dat uw kind op de betreffende bestemmingen geraakt. De

ploegbegeleiders kunnen immers geen volledige ploeg meenemen.

Sinds 2008 is de Belgische wetgeving omtrent het vervoer van kinderen in de auto aangepast. Hieronder vindt u de belangrijkste informatie hieromtrent.

Algemeen

Vanaf 1 mei 2008 geldt dat er in auto’s die op alle plaatsen gordels hebben niemand meer zonder gordels mag worden vervoerd. Het aantal passagiers mag dan dus niet

groter zijn dan het aantal gordels en niet groter dan het aantal welke is opgenomen in de auto inzittende polis. Zijn er bijvoorbeeld achterin drie gordels, dan mogen

daar niet meer dan drie kinderen zitten. Kinderen (iedereen onder de 18 jaar) kleiner dan 1,35 meter moeten zowel voorin als achterin de auto in een goedgekeurd

kinderbeveiligingsmiddel (autokinderzitje) worden vervoerd. Een kinderzitje kan zijn: een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger. Alle

goedgekeurde kinderbeveiligingsmiddelen (inclusief zittingverhogers) mogen voorin en achterin de auto gebruikt worden.

Zitplaats met airbag

Het is raadzaam om kinderen tot 12 jaar niet bij een airbag te zetten die ingeschakeld is. Kan het niet anders, zet dan de autostoel zo ver mogelijk naar achteren.

Gordels en kinderzitjes goed gebruiken

Het is verplicht om de autogordels en kinderzitjes te gebruiken op de door de fabrikant voorgeschreven manier. Zo zijn ze ook getest. Het is bijvoorbeeld niet langer

toegestaan het diagonale deel van de gordel achter de rug langs of onder de arm door te dragen. De gordel is niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan

ook niet goed.

Geen plaats

Als er op de achterbank van de auto al twee kinderzitjes in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een derde. In dat geval mag een kind op de overgebleven

zitplaats de gordel gebruiken.

Andere kinderen meenemen

Van ouders en pleegouders wordt verwacht dat ze voor hun eigen kind een kinderzitje in de auto hebben. Maar er rijden misschien ook wel eens andere kinderen mee.

Voor hen kan niet altijd een kinderzitje aanwezig zijn. Bij dit soort incidenteel vervoer over beperkte afstand (dus niet op een vakantiereis) volstaat gebruik van de

gordel op de achterzitplaatsen voor kinderen vanaf 3 jaar (maar niet de eigen kinderen). Als dit regelmatig voorkomt, is het veel veiliger om toch voor één of meer extra

kinderzitjes te zorgen.

Extra info

Extra informatie of specifieke vragen over dit onderwerp kan u terugvinden op de website en in de brochure van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV);

 website BIVV

 brochure BIVV: “Kinderen klikvast in de auto”

2. VERVOER MET DE FIETS:

Door de veilige en directe bereikbaarheid van de jeugdterreinen via het gemeentelijke fietsnetwerk in Ternat kunnen onze spelers zelfstandig met de fiets naar de club

komen. Als ouder vragen wij u wel om in dit geval rekening te houden met onderstaande punten en tips om een maximale veiligheid te waarborgen voor uw kind

tijdens zijn verplaatsing van en naar de club :

• Probeer het traject naar de club enkele keren samen met uw kind uit en geef uw kind tips en aanwijzingen. In het begin rijd u het best naast uw kind, aan de

linkerkant. Heeft uw kind al wat meer ervaring, dan fiets u er achter.

• Laat uw kind pas alleen naar de club fietsen als u er zeker van bent dat het dit zelfstandig aankan. Kan het achter zich kijken en zijn arm uitsteken zonder uit te

wijken? Kan het de afstanden en snelheden van de auto’s voldoende veilig inschatten? Is hij/zij zich bewust van de gevaren?

• Stippel vooraf samen de veiligste weg uit. De veiligste weg is niet noodzakelijk de kortste weg. De veiligheid is groter: - in straten met weinig verkeer - in straten waar

de wagens niet snel rijden - in straten met een breed fietspad of waar het fietspad goed van de rijbaan afgeschermd is - op plaatsen waar veilig kan overgestoken

worden (indien nodig moet u afstappen en met de fiets aan de hand oversteken).

• Zorg dat uw kind goed zichtbaar is op de fiets, bijvoorbeeld door: gekleurde kleding met eventueel reflecterende strips. Voor kleine kinderen zorgt een oranje fietsvlag

aan een lange stok ervoor dat uw kind goed zichtbaar is.

• Een fietshelm geeft extra bescherming wanneer u als fietser betrokken raakt bij een ongeval.

• Fietsers jonger dan 9 jaar mogen altijd op het trottoir rijden, op voorwaarde dat de wielen een wieldiameter van ten hoogste 50 cm (banden niet inbegrepen) hebben.

• Als er een berijdbaar fietspad is, moet u het gebruiken in de aangegeven rijrichting. Op een fietspad mag u steeds met twee naast elkaar fietsen, op voorwaarde dat u

bij het kruisen of het inhalen de andere tweewielers niet hindert.

• Indien er geen bruikbaar fietspad is, moet u rechts op de rijbaan fietsen. U ook op de gelijkgrondse bermen en in parkeerzones rijden. Opgepast: doe dit alleen als er

plaats is over een langere afstand, zigzaggen is uit den boze. Buiten de bebouwde kom mag u ook op de trottoirs en de verhoogde bermen rijden.

• Fietsers mogen met maximaal twee naast elkaar rijden, behalve wanneer het kruisen van voertuigen niet mogelijk is. Buiten de bebouwde kom moet u als fietsers

achter elkaar rijden zodra er een achteropkomend voertuig nadert.

• U hebt als fietser geen voorrang op een oversteekplaats voor fietsers. U moet wachten tot het veilig is om over te steken.

• Een fietser mag het zebrapad niet al fietsend oversteken. Een fietser heeft geen voorrang als hij of zij het zebrapad al fietsend oversteekt.

• Als er geen oversteekplaats is (voor voetgangers of voor fietsers), moet het kind een plaats kiezen waar het goed zichtbaar is en waar het de voertuigen goed ziet

aankomen.

• Fietsers zijn verplicht hun arm uit te steken wanneer zij links of rechts afslaan en wanneer ze inhalen of zijwaarts uitwijken.

• Opgepast voor de dode hoek. Als er op een kruispunt vrachtwagens rijden, blijft u het best ver achter hen. Plaats u in elk geval nooit naast een vrachtwagen, want als

fietser staat u dan in de dode hoek van de vrachtwagen en de chauffeur kan u dan onmogelijk zien!

• Bestuurders die zich op de rotonde bevinden en van links komen, moet u laten voorgaan. Zij hebben altijd voorrang op bestuurders die de rotonde willen oprijden, ook

op fietsers. Eenmaal op de rotonde, rijdt u het best in het midden van de rijstrook, aan een behoorlijk tempo. Zo merken de bestuurders je beter op en zullen ze u de

pas niet afsnijden. Opgelet, als er op de rotonde een fietspad is, moet u dit volgen. Wees dubbel voorzichtig, want u bevindt zich buiten het gezichtsveld van de

automobilisten die u dan sneller de pas kunnen afsnijden… Vóór u de rotonde verlaat, moet u de rechter arm uitsteken om de andere bestuurders tijdig te verwittigen.

• Pas op voor onverwachte hindernissen: Een portier dat plots opengaat, een auto die uit een garage of parking komt gereden... U rijdt best op 1 meter afstand van de

kant van de rijbaan of van geparkeerde wagens. Blijf aandachtig, zodat u hindernissen tijdig kan ontwijken.

Het is verboden: 

• om te rijden zonder het stuur vast te houden

• zonder de voeten op de pedalen te hebben

• zich te laten voorttrekken

• met een dier aan het leiband

• om niet handenvrij te telefoneren

• over te steken als het licht rood is.

• De tas draagt u op de rug of op de bagagedrager. Niét aan het stuur of enkel aan één schouder, want dat brengt het evenwicht in gevaar.

• Vermijd lange jassen, sjaals, brede broeken en losse veters: ze kunnen tussen de spaken raken en een val veroorzaken. • Zorg er voor dat uw fiets technisch in orde is.

Dat betekent: aangepast aan de grootte van het kind, volledig uitgerust en goed onderhouden. De fiets heeft de juiste afmeting als uw kind met platte voeten op de

grond kan staan zonder op de stang te 'zitten' en het zich niet moet rekken om aan het stuur te kunnen. Als uw kind op het zadel zitten, moeten de voeten de grond nog

kunnen raken. De fiets is volledig uitgerust:

• Een bel (hoorbaar op 20 meter)

• Twee goed functionerende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel) Uitzondering kinderfietsen: de fietsen die uitgerust zijn met wielen met een

diameter van ten hoogste 500 mm mogen voorzien zijn van slechts één enkele doelmatige rem. Controleer regelmatig of de moeren van de remschroeven goed

aangespannen zijn. De remschijven zouden de velgen enkel mogen raken tijdens het remmen. Controleer ook of de remhendels los zijn. Wanneer ze volledig ingedrukt

zijn, zouden de hendels op minstens 2,5 cm van het stuur moeten komen.

• Reflectoren - vooraan 1 witte reflector - achteraan 1 rode reflector (het weerkaatsende deel mag niet samenvallen met het achterlicht) - aan weerszijden van de pedalen gele

of oranje reflectoren - op de spaken van elk wiel minstens 2 gele of oranje dubbelzijdige reflectoren; vast bevestigd aan de spaken en symmetrisch aangebracht en/of een witte

reflecterende strook aan weerszijden van elke band. Op een mountainbike of koersfiets zijn reflectoren slechts verplicht als u er ’s nachts mee rijdt of wanneer het zicht

beperkt is tot minder dan 200 m. Maar als de fiets uitgerust is met een spatbord, moet hij vooraan een witte reflector hebben en achteraan een rode.

• Fietslichten moeten alleen aanwezig zijn én in werking zijn tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer

mogelijk is duidelijk te zien op een afstand van ongeveer 200 meter. In dat geval gaat het om een wit of geel licht vooraan en een rood licht achteraan. Deze lichten mogen niet

verblindend zijn. De verlichting, die ook sinds 18 mei 2006 in knipperstand mag werken, moet niet meer op het rijwiel zelf aangebracht worden. Ze mag op de bagage, de

kleding, het lichaam, het rijwiel zelf,... aangebracht worden. Wanneer de fietsverlichting niet werkt, kan dit een aardige duit kosten. Vanaf de leeftijd van 16 jaar is een boete

van 50 euro mogelijk. Wanneer u jonger bent dan 18 jaar wordt u doorgaans door het parket verplicht om deel te nemen aan een verkeersklas die gegeven wordt door de

politie. Laat de fietsenmaker de fiets eens per jaar een controle- en smeerbeurt geven.

10. DE 10 GEBODEN KSKL TERNAT Ook de club en medewerkers dienen zich te houden aan regels en deze worden beschreven in de 10 geboden van KSKL Ternat waarmee we als club ons verbinden om onze taak als opvoeders en vertrouwenspersonen van onze jeugd zo goed als mogelijk ter harte te nemen. Deze geboden waaraan de club en alle medewerkers zich dienen te houden, hangen, ter inzage, opgehangen op het informatiebord in de kantine van de jeugdcampus van KSKL Ternat. PANATHLON VERKLARING “Ludis Iungit” (sport verbindt mensen) Als club heeft KSKL TERNAT de Panathlon verklaring over “Ethiek in de Jeugdsport” ondertekend. Daarmee verklaren we dat we: 1. Positieve waarden nastreven. Als club zullen we de positieve waarden in de jeugdsport actiever, met volgehouden inspanning en met goede planning nastreven. 2. Discriminatie bannen. We zullen onze inspanningen voortzetten om alle vormen van discriminatie uit de jeugdsport te bannen. 3. Kinderen beschermen. We erkennen en aanvaarden het feit dat sport ook negatieve effecten kan veroorzaken en dat er preventieve en curatieve maatregelen nodig zijn om kinderen te beschermen. 4. Steun verwelkomen. We verwelkomen de steun van sponsors en de media, maar we geloven dat die steun in overeenstemming moet zijn met de hoofddoelstellingen van de jeugdsport. Daarom onderschrijven we formeel het: ‘Panathlon Charter over de Rechten van het Kind in de Sport’. 5. Alle kinderen hebben het recht: • Sport te beoefenen; • Zich te vermaken en te spelen; • In een gezonde omgeving te leven; • Waardig behandeld te worden; • Getraind en begeleid te worden door competente mensen; • Deel te nemen aan training die aangepast is aan hun leeftijd, individueel ritme en mogelijkheden; • Zich te meten met kinderen van hetzelfde niveau in een aangepaste competitie; • In veilige omstandigheden aan sport te doen; • Te rusten; • De kans te krijgen kampioen te worden, of het niet te worden. Daarenboven verbinden we ons als club tevens tot het nastreven van volgende waarden: 6. Fair Play. KSKL TERNAT onderschrijft het 'Fair Play Charter' (zie kopie in bijlage) en de 8 principes van respect : 1. Respect voor de spelregels 2. Respect voor de scheidsrechter en de officials 3. Respect voor je eigen club 4. Respect voor de tegenstrever 5. Respect voor je medemaats 6. Respect voor ALLE collega voetballers 7. Respect voor de supporters van andere ploegen 8. Respect voor jezelf (geen alcohol en drugs, niet roken) 7. Speelgelegenheid. KSKL TERNAT garandeert dat alle jeugdleden, voor zover zij actief zijn in een jeugdploeg, minstens de helft van de wedstrijdminuten zullen spelen, over een gemiddelde van 4 wedstrijden, behoudens blessures, schorsingen of afwezigheden van het betrokken jeugdlid. 8. Sociaal engagement. Omdat spelers heel wat tijd op de club doorbrengen, is een goede informatie‐uitwisseling essentieel. We verwachten dat ernstige problemen thuis of op school, eventuele medische dossiers met de trainer of met iemand van het bestuur worden besproken. Op die manier kan de club een ondersteunende rol spelen naar de ouders toe. Bovendien heeft KSKL TERNAT oog voor ondersteuning aan spelers uit kansarme gezinnen. Voor dergelijke spelers word in alle discretie naar een oplossing gezocht in onderling overleg tussen de jeugdcoördinator en de desbetreffende ouders. Als club zijn we ons tenslotte bewust van het nut van deelname aan sociaal maatschappelijke initiatieven en dragen ook daar actief ons steentje aan bij. 9. Ondersteunen. Omdat trainers de hoekstenen zijn van ons voetbalhuis, willen we in alle categorieën van de jeugdopleiding werken met gemotiveerde en gediplomeerde jeugdtrainers. Wij engageren ons om trainers die zich wensen bij te scholen (voetbaltactiek, EHBSO, …) te ondersteunen en aan te moedigen. 10. Ambassadeur. Als club zijn we een ambassadeur voor het voetbal en waken we erover de hierboven vermelde principes correct toe te passen.
KSKL TERNAT
officiele website 2e provinciale B
© copyright 2010 - 2017    STUDIO KSKLT
co - sponsors

Please Install The Flash Player

KSKL TERNAT
officiele website 2e provinciale B
© copyright 2010 - 2017    STUDIO KSKLT
co - sponsors

INTERN REGLEMENT

1. ALGEMEEN:

Een voetbalploeg kan niet zonder regels en

richtlijnen. KSKL TERNAT wil een correcte en

positieve uitstraling hebben. De eerste vereiste is

dat de regels voor iederéén duidelijk zijn. Zowel van

de spelers, de ouders en de begeleiders

verwachten wij een constructieve houding. Deze

regels staan tevens vermeldt op de jeugdwebsite

van KSKL Ternat.

2. REGELS VOOR SPELERS EN BEGELEIDERS:

Bij aankomst en vertrek van wedstrijden of

trainingen groeten de spelers steeds de trainer en

de afgevaardigde. De kantine wordt niet betreden

met voetbalschoenen. Roken is niet toegestaan.

Enkel de spelers die moeten trainen of een

wedstrijd spelen komen in de kleedkamers.

Sieraden worden niet gedragen tijdens training of

wedstrijd. Waardevolle voorwerpen worden niet

achtergelaten in de kleedkamers. Studie en voetbal

gaan samen. Zorg dus voor een goede planning en

stel je prioriteiten. Breng je trainer op de hoogte.

Zorg goed voor je voetbaluitrusting. Schoenen

moeten proper zijn. Zorg voor schoeisel dat

aangepast is aan het veld. Onbeschofte taal is

verboden. Ga je niet akkoord, wordt je gepest of

heb je andere problemen, kaart het aan bij je

trainer of TVJO of JC. Iedere speler is verplicht zich

te douchen na een wedstrijd of training.

Uitzonderingen voor medische redenen worden

steeds gemeld aan de trainer.

3. TRAININGSDISCIPLINE:

Het trainingsschema opgelegd door de TVJO en JC’s

samen met de trainer werd vastgelegd moet

gevolgd worden. De trainer zal zeker iederéén

persoonlijk verwittigen bij eventuele wijzigingen in

zijn schema. Consulteer regelmatig de website voor

eventuele wijzigingen. Actief deelnemen aan de

trainingen zal een belangrijk element zijn in de

evaluatie van de jeugdspeler. Ten laatste 15 min

voor de aanvang van de training zal de speler

aanwezig zijn. Verhinderd door ziekte of andere

reden = tijdig melden aan de trainer. Breng steeds

aangepaste kledij mee in functie van het veld en/of

weersomstandigheden. De spelers wachten in de

kleedkamers tot ze de toestemming krijgen van de

trainer om zich naar het speelveld te gaan.

Douches en kleedkamers blijven proper. Het zijn

geen speelruimtes. Geroep en getier moeten

beperkt blijven. Steeds respect hebben voor de

personen die de infrastructuur onderhouden. De

kleedkamers moeten steeds afgesloten worden en

de sleutel blijft in het bezit van de trainer of

afgevaardigde. Enkel met toestemming van de

trainer of afgevaardigde wordt het trainingsveld

verlaten tijdens de training. Het is niet toegestaan

het trainingsveld te betreden wanneer er nog

andere ploegen aan het trainen zijn.

4. WEDSTRIJDDISCIPLINE: 

Voor iedere wedstrijd is elke jeugdspeler gekleed

met de training van KSKL Ternat. Bij

thuiswedstrijden zijn alle spelers aanwezig een uur

voor het aanvangstijdstip. Bij uitwedstrijden zijn de

spelers 15 minuten voor het vertrek aanwezig op

de plaats dat afgesproken werd met de trainer.

Iedere speler moet steeds zijn identiteitskaart bij

zich hebben. Anders mag betrokkene niet

deelnemen aan de wedstrijd. Wedstrijduitrusting is

eigendom van de club en is “je” identificatie met de

club … draag er zorg voor !! Zorg steeds voor een

goede uitstraling tijdens de wedstrijd. Shirt in de

broek, kousen omhoog en propere schoenen. Fair

play is van groot belang, zelfs al “vecht” je voor de

overwinning tijdens een wedstrijd. Tijdens de

wedstrijden zijn er geen discussies toegestaan met

trainers, scheidsrechters, publiek, medespelers of

tegenstanders. Discussies op het terrein zullen

door de trainer onmiddellijk maar gepast

aangepakt worden. Elke speler legt zich te allen

tijde neer bij het gezag van de trainer.

5. REGELS VOOR OUDERS: 

Niet alleen aan de trainers vragen wij een

deontologische code te volgen. Ook de ouders

moeten zich houden aan enkele regels. Wij vragen

aan de ouders een positieve belangstelling, maar

geen overdreven aandacht voor de prestatie van

hun zoon of dochter. Wij vragen een rustig gedrag

aan de bezoeker van onze jeugdwedstrijden. Na

afloop, zowel bij overwinning als bij verlies, een

sportieve houding aannemen. Geen negatieve

kritiek of opmerkingen geven op eigen spelers,

tegenstanders, afgevaardigden, trainers,

scheidsrechters en/of op andere ouders. Vermijd

hoorbare commentaar, die ingaat tegen het advies

van de trainer of de club…het brengt de speler in

de war. Bepaalde aspecten rond een probleem

kunnen altijd besproken worden met de trainer of

de TVJO, zonder dat de jeugdspeler er bij betrokken

is. Met een infobrochure die bij aanvang van het

seizoen wordt uitgedeeld aan de ouders, trachten

we hen via 10 geboden te sensibiliseren en te

betrekken bij onze taak om onze spelers op te

voeden en hen in een positief klimaat hun

favoriete sport te laten beoefenen.

DE 10 GEBODEN VAN “ DE OUDER(S) “

1. Opvoeding.

De ouders hebben de belangrijkste maar tevens

ook de moeilijkste taak: de opvoedkundige taak.

Wij verwachten daarom dat de ouders mee waken

over het naleven van de gemaakte afspraken.

2. Prioriteiten.

Studies hebben altijd voorrang op voetbal !

Wij vragen wel dat elke afwezigheid tijdig aan de

trainer of jeugdcoördinator wordt gemeld. Meldt

ons ook problemen op school zodat desgevallend

een aantal gepaste afspraken kunnen gemaakt

worden met de speler om de studie en sport te

combineren.

3. Voorbeeld.

Uiteraard mag er gesupporterd worden langs de

lijn. Geef daarbij als ouder wel het goede

voorbeeld. Toon respect voor ieders eigenheid: het

gebruik van obscene, beledigende of racistische

taal is ten strengste verboden. Als club zullen wij

bovendien enkel positieve aanmoedigingen

toelaten.

4. Overleg.

De trainer is verantwoordelijk voor de sportieve

beslissingen. Laat je waardering voor de trainer

blijken door je niet te mengen in de opstelling,

speelwijze en coaching. Kunt u zich niet vinden in

bepaalde beslissingen, dan is de jeugdcoördinator

bevoegd.

5. Eerbied voor ‘het kind’.

Dwing kinderen nooit om uw ambities waar te

maken. Laat je kind gewoon kind zijn: het moet nog

veel leren. Help ze vertrouwen te krijgen, benadruk

het plezier en vermijd prestatiedruk. Geef steun bij

tegenslagen en relativeer goede prestaties.

6. Deelnemen.

Help de trainer en afgevaardigde(n) waar je kan.

Steek ook een handje toe bij extrasportieve

activiteiten en moedig je kind aan dat eveneens te

doen. Voetbal bij KSKL TERNAT is naast een sportief

evenzeer een sociaal gebeuren.

7. Interesse.

Toon belangstelling en ga regelmatig mee naar een

training of wedstrijd.

8. Niveau.

Laat de kinderen sporten op hun niveau. Heeft je

kind talent, dan merkt iemand het wel op. Blijf zelf

realistisch!

9. Groepsgeest.

Leer kinderen groepsinzet: voetbal is een

teamsport. Maak je kind duidelijk dat sport meer is

dan winnen of verliezen: het gaat om teamspirit,

vriendschap en samenwerking. Straf daarom je

kind niet door het bijwonen van trainingen en/of

wedstrijden te verbieden.

10. Positief.

Blijf te allen tijde positief tegenover scheidsrechter

en lijnrechters. Ook al maken ze misschien fouten,

respecteer hun beslissingen. Blijf tijdens de

wedstrijd op veilige afstand, achter de omheining

of binnen de afgebakende zone.

“OPVOEDING“ + “POSITIEF ZIJN”

6. FAIRPLAY CHARTER:

De spelers beoefenen op een gezonde agressieve

manier hun sport. Ongecontroleerd geweld of

overdreven agressie worden bestraft met

onmiddellijke verwijdering van de trainingen,

wedstrijden of club. Wij wensen te accentueren dat

onze club Fair-Play hoog in het vaandel draagt.

Daarom kunt u hierna het Fair-Play Charter van de

FIFA en UEFA vinden welke wij als club

onderschrijven en welke ophangt op het infobord

in de kantine.

10 GEBODEN VAN DE JEUGDTRAINER

1. Elke speler is even belangrijk. Dus geven we de

uitleg en de demo steeds voor allemaal samen. De

trainer zorgt er ook voor dat hij iedereen ziet en

dat alle spelers de uitleg horen of de demo zien.

2. Geef de uitleg en demo tegelijkertijd (of laat de

spelers demonstreren). Houdt dit zo kort mogelijk

(en laat de oefening zo snel mogelijk starten).

3. Laat de spelers zelf tijdens de demo de sterke en

zwakke punten van de uitvoering vaststellen.

4. Zorg voor uitdagende vormen ("Wie kan …?").

5. Spreek de taal van het kind. Gebruik beeldspraak

bij de jongste.

6. Moedig de spelers altijd aan. Een positieve

coaching zorgt voor succeservaring.

7. Durf te coachen zodat ze voelen dat je hen wil

helpen.

8. Geef tijdens de wedstrijd(vormen) geen

richtlijnen aan speler aan de bal voordat hij zijn

actie verricht. Laat hen zelf de oplossing vinden.

9. Bij een leergesprek worden de doelstellingen

geëvalueerd (na een vorm of na de training). Laat

hen actief deelnemen en vermijd dat het een

luistergesprek wordt.

10. Hou de score goed bij (ze spelen om te winnen)

en waak ook over de reglementen.

Deze 10 geboden van de jeugdtrainer hangen,

ondertekend door alle jeugdtrainers, ter inzage op

het informatiebord in de kantine van de

jeugdcampus van KSKL Ternat en staan vermeldt in

de infobrochure, die elke jeugdtrainer voor

aanvang van het seizoen ontvangt van de club.

8. 10 GEBODEN VAN DE AFGEVAARDIGDE

1. Vertegenwoordiger.

Als afgevaardigde heb je een voorbeeldfunctie: je

bent het uithangbord van de club en als club

verwachten we dan ook dat je steeds hoffelijk en

respectvol opstelt. Je zorgt ervoor dat de spelers de

reputatie van KSKL TERNAT positief uitstralen en

zich zowel op als naast het voetbalveld voorbeeldig

gedragen.

2. Assisteren.

Je bent de rechterhand van de trainer die de

sportieve leiding heeft.

Jouw taak als afgevaardigde bestaat er

voornamelijk in de spelers te begeleiden en aan te

moedigen; je laat het coachen over aan de trainer.

3. Onthaal.

De afgevaardigde staat in voor het onthaal van de

scheidsrechter en tegenstrever bij thuismatchen. Je

verwelkomt en begeleidt hen, voorziet hen van

drank tijdens de rust en na de match en biedt hulp

waar nodig. Blijf steeds positief, enthousiast en

vooral sportief, zowel tegenover de scheidsrechter

als de tegenpartij.

4. Uitrusting & materiaal.

Draag zorg voor wedstrijdballen, waterzak en

banden (wit/rood/driekleur), reservekledij. Houdt

waardevolle voorwerpen (GSM, horloge) in

bewaring tijdens de match.

5. Administratie.

Vervul de administratieve taken ernstig, stipt en

correct. Tot jouw administratief takenpakket horen

ondermeer: invullen en controleren van het

scheidsrechtersblad, beheer identiteitskaarten,

bijwerken spelersfiches, assistentie bij aangifte

ongeval, ...

6. Toezicht.

Hou toezicht op de veiligheid en integriteit van de

spelers. Wees alert (bijvoorbeeld toegang tot

kleedkamers). Zie anderzijds ook toe op het

naleven van de regels en afspraken. Hou strikt

toezicht op de orde & netheid (douche nemen,

opruimen) en waak over de discipline onder de

spelers.

7. Terreinafgevaardigde.

Bij thuiswedstrijd fungeert de afgevaardigde als

terreinafgevaardigde.

Waak erover dat het speelveld voldoet aan de

reglementering (hoekschopvlaggen, verankeren

doelen, ...). Veiligheid vóór alles!

8. Verzorger.

Lever bijstand en eerste hulp bij ongevallen of

kwetsuren. Je kan daarbij terugvallen op onze

EHBSO brochure. Op de club is steeds een

EHBSO‐koffer aanwezig

9. Vertrouwenspersoon.

Bied een luisterend oor, bemiddel bij problemen en

overleg met het clubbestuur, trainer en ouders.

Een afgevaardigde fungeert als spreekbuis van de

ploeg bij het bestuur. De afgevaardigde zegt wat hij

doet, en doet wat hij zegt. Daarbij zorg je er voor

steeds jouw autoriteit te bewaren!

10. Organisatie.

In overleg met trainer en bestuur sta ja in voor de

praktische organisatie en communicatie.

Uitnodigingen voor wedstrijden, afspraken omtrent

vervoer en veilige verplaatsingen, ... Je biedt verder

ook ondersteuning bij de verschillende

extrasportieve clubactiviteiten en coördineert met

spelers en ouders.

Deze 10 geboden van de afgevaardigde liggen

ondertekend door alle afgevaardigden, ter inzage,

in het secretariaat van de kantine van de

jeugdcampus van KSKL Ternat en staan vermeldt in

de infobrochure, die elke afgevaardigde voor

aanvang van het seizoen ontvangt van de club.

9. VERVOER

1. VERVOER VAN KINDEREN MET DE AUTO:

Als trouwste supporters van uw kind verwachten

we als sportvereniging dat u er mee voor zorgt dat

uw kind op de betreffende bestemmingen geraakt.

De ploegbegeleiders kunnen immers geen volledige

ploeg meenemen.

Sinds 2008 is de Belgische wetgeving omtrent het

vervoer van kinderen in de auto aangepast.

Hieronder vindt u de belangrijkste informatie

hieromtrent.

Algemeen

Vanaf 1 mei 2008 geldt dat er in auto’s die op alle

plaatsen gordels hebben niemand meer zonder

gordels mag worden vervoerd. Het aantal

passagiers mag dan dus niet groter zijn dan het

aantal gordels en niet groter dan het aantal welke

is opgenomen in de auto inzittende polis. Zijn er

bijvoorbeeld achterin drie gordels, dan mogen daar

niet meer dan drie kinderen zitten. Kinderen

(iedereen onder de 18 jaar) kleiner dan 1,35 meter

moeten zowel voorin als achterin de auto in een

goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel

(autokinderzitje) worden vervoerd. Een kinderzitje

kan zijn: een babyautostoeltje, een

kinderautostoeltje of een zittingverhoger. Alle

goedgekeurde kinderbeveiligingsmiddelen

(inclusief zittingverhogers) mogen voorin en

achterin de auto gebruikt worden.

Zitplaats met airbag

Het is raadzaam om kinderen tot 12 jaar niet bij

een airbag te zetten die ingeschakeld is. Kan het

niet anders, zet dan de autostoel zo ver mogelijk

naar achteren.

Gordels en kinderzitjes goed gebruiken

Het is verplicht om de autogordels en kinderzitjes

te gebruiken op de door de fabrikant

voorgeschreven manier. Zo zijn ze ook getest. Het

is bijvoorbeeld niet langer toegestaan het

diagonale deel van de gordel achter de rug langs of

onder de arm door te dragen. De gordel is niet

ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan

ook niet goed.

Geen plaats

Als er op de achterbank van de auto al twee

kinderzitjes in gebruik zijn, is er vaak geen plaats

meer voor een derde. In dat geval mag een kind op

de overgebleven zitplaats de gordel gebruiken.

Andere kinderen meenemen

Van ouders en pleegouders wordt verwacht dat ze

voor hun eigen kind een kinderzitje in de auto

hebben. Maar er rijden misschien ook wel eens

andere kinderen mee. Voor hen kan niet altijd een

kinderzitje aanwezig zijn. Bij dit soort incidenteel

vervoer over beperkte afstand (dus niet op een

vakantiereis) volstaat gebruik van de gordel op de

achterzitplaatsen voor kinderen vanaf 3 jaar (maar

niet de eigen kinderen). Als dit regelmatig

voorkomt, is het veel veiliger om toch voor één of

meer extra kinderzitjes te zorgen.

Extra info

Extra informatie of specifieke vragen over dit

onderwerp kan u terugvinden op de website en in

de brochure van het Belgisch Instituut voor de

Verkeersveiligheid (BIVV);

 website BIVV

 brochure BIVV: “Kinderen klikvast in de auto”

2. VERVOER MET DE FIETS:

Door de veilige en directe bereikbaarheid van de

jeugdterreinen via het gemeentelijke fietsnetwerk

in Ternat kunnen onze spelers zelfstandig met de

fiets naar de club komen. Als ouder vragen wij u

wel om in dit geval rekening te houden met

onderstaande punten en tips om een maximale

veiligheid te waarborgen voor uw kind tijdens zijn

verplaatsing van en naar de club :

• Probeer het traject naar de club enkele keren

samen met uw kind uit en geef uw kind tips en

aanwijzingen. In het begin rijd u het best naast uw

kind, aan de linkerkant. Heeft uw kind al wat meer

ervaring, dan fiets u er achter.

• Laat uw kind pas alleen naar de club fietsen als u

er zeker van bent dat het dit zelfstandig aankan.

Kan het achter zich kijken en zijn arm uitsteken

zonder uit te wijken? Kan het de afstanden en

snelheden van de auto’s voldoende veilig

inschatten? Is hij/zij zich bewust van de gevaren?

• Stippel vooraf samen de veiligste weg uit. De

veiligste weg is niet noodzakelijk de kortste weg.

De veiligheid is groter: - in straten met weinig

verkeer - in straten waar de wagens niet snel rijden

- in straten met een breed fietspad of waar het

fietspad goed van de rijbaan afgeschermd is - op

plaatsen waar veilig kan overgestoken worden

(indien nodig moet u afstappen en met de fiets aan

de hand oversteken).

• Zorg dat uw kind goed zichtbaar is op de fiets,

bijvoorbeeld door: gekleurde kleding met

eventueel reflecterende strips. Voor kleine

kinderen zorgt een oranje fietsvlag aan een lange

stok ervoor dat uw kind goed zichtbaar is.

• Een fietshelm geeft extra bescherming wanneer u

als fietser betrokken raakt bij een ongeval.

• Fietsers jonger dan 9 jaar mogen altijd op het

trottoir rijden, op voorwaarde dat de wielen een

wieldiameter van ten hoogste 50 cm (banden niet

inbegrepen) hebben.

• Als er een berijdbaar fietspad is, moet u het

gebruiken in de aangegeven rijrichting. Op een

fietspad mag u steeds met twee naast elkaar

fietsen, op voorwaarde dat u bij het kruisen of het

inhalen de andere tweewielers niet hindert.

• Indien er geen bruikbaar fietspad is, moet u

rechts op de rijbaan fietsen. U ook op de

gelijkgrondse bermen en in parkeerzones rijden.

Opgepast: doe dit alleen als er plaats is over een

langere afstand, zigzaggen is uit den boze. Buiten

de bebouwde kom mag u ook op de trottoirs en de

verhoogde bermen rijden.

• Fietsers mogen met maximaal twee naast elkaar

rijden, behalve wanneer het kruisen van

voertuigen niet mogelijk is. Buiten de bebouwde

kom moet u als fietsers achter elkaar rijden zodra

er een achteropkomend voertuig nadert.

• U hebt als fietser geen voorrang op een

oversteekplaats voor fietsers. U moet wachten tot

het veilig is om over te steken.

• Een fietser mag het zebrapad niet al fietsend

oversteken. Een fietser heeft geen voorrang als hij

of zij het zebrapad al fietsend oversteekt.

• Als er geen oversteekplaats is (voor voetgangers

of voor fietsers), moet het kind een plaats kiezen

waar het goed zichtbaar is en waar het de

voertuigen goed ziet aankomen.

• Fietsers zijn verplicht hun arm uit te steken

wanneer zij links of rechts afslaan en wanneer ze

inhalen of zijwaarts uitwijken.

• Opgepast voor de dode hoek. Als er op een

kruispunt vrachtwagens rijden, blijft u het best ver

achter hen. Plaats u in elk geval nooit naast een

vrachtwagen, want als fietser staat u dan in de

dode hoek van de vrachtwagen en de chauffeur

kan u dan onmogelijk zien!

• Bestuurders die zich op de rotonde bevinden en

van links komen, moet u laten voorgaan. Zij

hebben altijd voorrang op bestuurders die de

rotonde willen oprijden, ook op fietsers. Eenmaal

op de rotonde, rijdt u het best in het midden van

de rijstrook, aan een behoorlijk tempo. Zo merken

de bestuurders je beter op en zullen ze u de pas

niet afsnijden. Opgelet, als er op de rotonde een

fietspad is, moet u dit volgen. Wees dubbel

voorzichtig, want u bevindt zich buiten het

gezichtsveld van de automobilisten die u dan

sneller de pas kunnen afsnijden… Vóór u de

rotonde verlaat, moet u de rechter arm uitsteken

om de andere bestuurders tijdig te verwittigen.

• Pas op voor onverwachte hindernissen: Een

portier dat plots opengaat, een auto die uit een

garage of parking komt gereden... U rijdt best op 1

meter afstand van de kant van de rijbaan of van

geparkeerde wagens. Blijf aandachtig, zodat u

hindernissen tijdig kan ontwijken.

Het is verboden: 

• om te rijden zonder het stuur vast te houden

• zonder de voeten op de pedalen te hebben

• zich te laten voorttrekken

• met een dier aan het leiband

• om niet handenvrij te telefoneren

• over te steken als het licht rood is.

• De tas draagt u op de rug of op de bagagedrager.

Niét aan het stuur of enkel aan één schouder, want

dat brengt het evenwicht in gevaar.

• Vermijd lange jassen, sjaals, brede broeken en

losse veters: ze kunnen tussen de spaken raken en

een val veroorzaken. • Zorg er voor dat uw fiets

technisch in orde is. Dat betekent: aangepast aan

de grootte van het kind, volledig uitgerust en goed

onderhouden. De fiets heeft de juiste afmeting als

uw kind met platte voeten op de grond kan staan

zonder op de stang te 'zitten' en het zich niet moet

rekken om aan het stuur te kunnen. Als uw kind op

het zadel zitten, moeten de voeten de grond nog

kunnen raken. De fiets is volledig uitgerust:

• Een bel (hoorbaar op 20 meter)

• Twee goed functionerende remmen (één op het

voorwiel en één op het achterwiel) Uitzondering

kinderfietsen: de fietsen die uitgerust zijn met

wielen met een diameter van ten hoogste 500 mm

mogen voorzien zijn van slechts één enkele

doelmatige rem. Controleer regelmatig of de

moeren van de remschroeven goed aangespannen

zijn. De remschijven zouden de velgen enkel mogen

raken tijdens het remmen. Controleer ook of de

remhendels los zijn. Wanneer ze volledig ingedrukt

zijn, zouden de hendels op minstens 2,5 cm van het

stuur moeten komen.

• Reflectoren - vooraan 1 witte reflector - achteraan 1

rode reflector (het weerkaatsende deel mag niet

samenvallen met het achterlicht) - aan weerszijden

van de pedalen gele of oranje reflectoren - op de

spaken van elk wiel minstens 2 gele of oranje

dubbelzijdige reflectoren; vast bevestigd aan de

spaken en symmetrisch aangebracht en/of een witte

reflecterende strook aan weerszijden van elke band.

Op een mountainbike of koersfiets zijn reflectoren

slechts verplicht als u er ’s nachts mee rijdt of

wanneer het zicht beperkt is tot minder dan 200 m.

Maar als de fiets uitgerust is met een spatbord, moet

hij vooraan een witte reflector hebben en achteraan

een rode.

• Fietslichten moeten alleen aanwezig zijn én in

werking zijn tussen het vallen van de avond en het

aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden

wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien op

een afstand van ongeveer 200 meter. In dat geval

gaat het om een wit of geel licht vooraan en een rood

licht achteraan. Deze lichten mogen niet verblindend

zijn. De verlichting, die ook sinds 18 mei 2006 in

knipperstand mag werken, moet niet meer op het

rijwiel zelf aangebracht worden. Ze mag op de

bagage, de kleding, het lichaam, het rijwiel zelf,...

aangebracht worden. Wanneer de fietsverlichting niet

werkt, kan dit een aardige duit kosten. Vanaf de

leeftijd van 16 jaar is een boete van 50 euro mogelijk.

Wanneer u jonger bent dan 18 jaar wordt u

doorgaans door het parket verplicht om deel te

nemen aan een verkeersklas die gegeven wordt door

de politie. Laat de fietsenmaker de fiets eens per jaar

een controle- en smeerbeurt geven.

10. DE 10 GEBODEN KSKL TERNAT Ook de club en medewerkers dienen zich te houden aan regels en deze worden beschreven in de 10 geboden van KSKL Ternat waarmee we als club ons verbinden om onze taak als opvoeders en vertrouwenspersonen van onze jeugd zo goed als mogelijk ter harte te nemen. Deze geboden waaraan de club en alle medewerkers zich dienen te houden, hangen, ter inzage, opgehangen op het informatiebord in de kantine van de jeugdcampus van KSKL Ternat. PANATHLON VERKLARING “Ludis Iungit” (sport verbindt mensen) Als club heeft KSKL TERNAT de Panathlon verklaring over “Ethiek in de Jeugdsport” ondertekend. Daarmee verklaren we dat we: 1. Positieve waarden nastreven. Als club zullen we de positieve waarden in de jeugdsport actiever, met volgehouden inspanning en met goede planning nastreven. 2. Discriminatie bannen. We zullen onze inspanningen voortzetten om alle vormen van discriminatie uit de jeugdsport te bannen. 3. Kinderen beschermen. We erkennen en aanvaarden het feit dat sport ook negatieve effecten kan veroorzaken en dat er preventieve en curatieve maatregelen nodig zijn om kinderen te beschermen. 4. Steun verwelkomen. We verwelkomen de steun van sponsors en de media, maar we geloven dat die steun in overeenstemming moet zijn met de hoofddoelstellingen van de jeugdsport. Daarom onderschrijven we formeel het: ‘Panathlon Charter over de Rechten van het Kind in de Sport’. 5. Alle kinderen hebben het recht: • Sport te beoefenen; • Zich te vermaken en te spelen; • In een gezonde omgeving te leven; • Waardig behandeld te worden; • Getraind en begeleid te worden door competente mensen; • Deel te nemen aan training die aangepast is aan hun leeftijd, individueel ritme en mogelijkheden; • Zich te meten met kinderen van hetzelfde niveau in een aangepaste competitie; • In veilige omstandigheden aan sport te doen; • Te rusten; • De kans te krijgen kampioen te worden, of het niet te worden. Daarenboven verbinden we ons als club tevens tot het nastreven van volgende waarden: 6. Fair Play. KSKL TERNAT onderschrijft het 'Fair Play Charter' (zie kopie in bijlage) en de 8 principes van respect : 1. Respect voor de spelregels 2. Respect voor de scheidsrechter en de officials 3. Respect voor je eigen club 4. Respect voor de tegenstrever 5. Respect voor je medemaats 6. Respect voor ALLE collega voetballers 7. Respect voor de supporters van andere ploegen 8. Respect voor jezelf (geen alcohol en drugs, niet roken) 7. Speelgelegenheid. KSKL TERNAT garandeert dat alle jeugdleden, voor zover zij actief zijn in een jeugdploeg, minstens de helft van de wedstrijdminuten zullen spelen, over een gemiddelde van 4 wedstrijden, behoudens blessures, schorsingen of afwezigheden van het betrokken jeugdlid. 8. Sociaal engagement. Omdat spelers heel wat tijd op de club doorbrengen, is een goede informatie‐uitwisseling essentieel. We verwachten dat ernstige problemen thuis of op school, eventuele medische dossiers met de trainer of met iemand van het bestuur worden besproken. Op die manier kan de club een ondersteunende rol spelen naar de ouders toe. Bovendien heeft KSKL TERNAT oog voor ondersteuning aan spelers uit kansarme gezinnen. Voor dergelijke spelers word in alle discretie naar een oplossing gezocht in onderling overleg tussen de jeugdcoördinator en de desbetreffende ouders. Als club zijn we ons tenslotte bewust van het nut van deelname aan sociaal maatschappelijke initiatieven en dragen ook daar actief ons steentje aan bij. 9. Ondersteunen. Omdat trainers de hoekstenen zijn van ons voetbalhuis, willen we in alle categorieën van de jeugdopleiding werken met gemotiveerde en gediplomeerde jeugdtrainers. Wij engageren ons om trainers die zich wensen bij te scholen (voetbaltactiek, EHBSO, …) te ondersteunen en aan te moedigen. 10. Ambassadeur. Als club zijn we een ambassadeur voor het voetbal en waken we erover de hierboven vermelde principes correct toe te passen.