HISTORIEK

HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1950 - 1960  Op 1 mei 1950 werd het huidig Sporting Ternat gesticht door Damiaan De Saedeleer, Léonard De Baerdemaecker, Robert Vandemaele, Frans Nieuwlandt, Remi De Ras en Remi Van Vaerenbergh. Damiaan De Saedeleer, Dam van smisser, werd voorzitter van de club, met Remi De Ras als secretaris en Frans Nieuwlandt, de slinken, als penningmeester. De zopas opgerichte club had enige wortels in het naoorlogse "Sparta Ternat", maar ook en vooral in een liefhebbersclubje dat opgericht was in 1947 vanuit de kajottersbeweging. Deze laatste club was spontaan gegroeid rond Theofile Boeykens, den boy. Zij had onder meer als spelers : Maurice De Wit, Wilfried Cooremans, Jean Willems, Armand Kestens, Gust De Vits, Georges Van Hemmes (Georges van Camille), François van Rampelbergh (de fa), Louis De Saeger, Lucien De Geyndt, Willy Moens, Willy Thyssens en Pierre Pauwels. Het vriendenkransje speelde in het begin sporadisch vriendschappelijke matchen in de directe omgeving van Ternat. Vanaf 1949 werd deelgenomen aan een heuse competitie in een voetballiefhebbersverbond. Theophile Boeykens was intussen vervangen als voorzitter door Léonard De Baerdemaecker; hijzelf bleef echter wel actief als secretaris. Willy Moens was schatbewaarder geworden. De kersverse ploeg kaapte reeds in 1950 een kampioenstitel weg in zijn liefhebbersverbond. Het lokaal was gevestigd in de herberg bij Janneke blok aan de hoek van de Keizerstraat met de B. Verbruggenstraat op wandelafstand van hun eerste veld aan de Keizerstaat. Kleedkamers waren echter op dat ogenblik nog niet voor handen. Als de weersomstandigheden het toelieten kleedden de spelers zich om op het veld onder de supporters. Als het weer tegenviel werd beroep gedaan op de gastvrijheid van de buren of kleedden sommigen zich thuis reeds om. Bij andere ploegen was de akkomodatie in die tijd niet veel beter. Zo werden onze jongens tijdens een verplaatsing in Scheut ondergebracht in een bierkelder onder de toog in het cafe. Zij kleedden er zich om tussen de vaten kriek en lambik waar ze -voor zover geweten althans- voor één keer wel afgebleven zijn. Het was oorspronkelijk de bedoeling geweest dat sporting in een geel-witte uitrusting zou spelen, maar toen bleek dat die kleuren uitverkocht waren bij de aankoop van de eerste shirts, werd voor andere kleuren gekozen. Zo kwam Ternat uiteindelijk aan zijn rood-witte kleuren. Deze eerste shirts zouden gesponsord geweest zijn door wijlen Hector De Clerck. Echter uitsluitend de shirts werden aangekocht. Voor de overige voetbalattributen moesten de spelers immers allemaal zelf zorgen. Ook het aantal beschikbare leren ballen was zeer beperkt. Het gerucht gaat dat ze drie in aantal waren waarvan één gekregen van onderpastoor Broos, en dat zelfs af en toe matchen afgelast werden omdat de blazen in het leren omhulsel niet geraakten. Een echte trainer heeft dit embryonaal sporting nooit gehad. Voornamelijk Willy Moens zou belast geweest zijn met het op peil houden van de fysische conditie van de jongens. Het succes van dit liefhebbersteam is zeker niet vreemd aan de teloorgang van de andere stam van sporting ternat, namelijk "Sparta Ternat". Sparta was op zijn beurt de vrucht van twee teams die tot aan het eind van de tweede wereldoorlog in Sint Katharina Lombeek en Ternat een zeker succes hadden gekend. Voor Lombeek was dat toen Red Star en voor Ternat, het in 1932 opgerichte Sparta . In 1944 kreeg dat Sparta zelfs de hoogste voetbalonderscheiding na de beker van Belgie namelijk "de schaal van Vlaanderen". Zij speelden op dat ogenblik zelfs internationale wedstrijden. Zo werd op 11ember 1944 - ter herdenking van het einde van de eerste wereldoorlog zelfs een wedstrijd gespeeld tegen de engelse soldatenploeg ROYAL ENGENEERS. Beide ploegen fusioneerden in 1945, na de inbeslagname van de Vlaamse voetbalbond door de K.B.V.B., en sloten zich aan bij deze bond onder het nummer 4982. Bij haar oprichting kon Sporting Ternat het stamnummer bij de K.B.V.B.van de teloorgegane fusieploeg niet overnemen. Er moest dan ook een nieuw aansluitingsnummer worden gevraagd wanneer Sporting Ternat wilde aantreden in een officiéle competitie. Theofile Boeykens heeft deze administratieve klus geklaard en op 16 augustus 1950 werd aan de secretaris van de club, Remi De Ras, uiteindelijk meegedeeld dat de aansluiting van Sporting Ternat was aanvaard. Sporting bekwam het stamnummer 5368. De liefhebbersploeg geruggesteund door de bestuurs- en sportieve ervaring van een aantal ex- spartanen kon nu aan zijn eigen uitbouw volop beginnen. Onder meer Frans Nieuwlandt speelde daarbij een belangrijke rol; hij was immers tegelijkertijd speler en schatbewaarder toen sporting in september1950 aan zijn eerste officiële competitie begon. De voornaamste titularissen van de ploeg die de competitie aanving in de toenmalige laagste derde provinciale afdeling waren: in het doel Willy Thyssens, achteraan Willy Moens, Gust De Vits, Armand Kestens en Frans Nieuwlandt . Vooraan kwamen André Roelandts, François Van Rampelbergh, Pierre Pauwels(binda), René De Smedt en Georges Van Hemmes meestal aan de aftrap. Velen betreurden op dat ogenblik het vertrek van Louis De Saeger, die één van de grootste beloften was uit het liefhebbersteam, maar die inmiddels aangesloten was bij Racing Mechelen. Hij was naar mijn weten de eerste ternattenaar die ooit in eerste nationale voetbalde. Louis zal echter later in het begin van de zestiger jaren nog terugkeren naar sporting als speler-trainer om tenslotte in de late negentiger jaren ook nog bestuurslid van sporting te worden. Sporting had inmiddels zijn terrein aan de Keizerstraat moeten verlaten, bij gebrek aan infrastructuur en had nu een onderkomen gevonden aan de Nattestraat. Aan de verpichting om over kleedkamers te beschikken werd voldaan met de oprichting van twee houten barakken, in elkaar getimmerd door vader en zoon De Meyer. Het lokaal was intussen verplaatst van de Café van Blokkes naar de Café Kruikenburg (Bij Camile Roesems) die korter gelegen was bij het speelveld. Tevens maakte de aangenomen zoon van Camille, Georges, deel uit van de ploeg. Damiaan De Saedeleer was voorzitter van de club tijdens dit eerste competitiejaar, maar Theo Boeykens werd sedert 24 januari 1951 opnieuw secretaris. Jef Mertens kwam Frans Nieuwlandt vervangen als penningmeester sinds 10 september 1951. Theo Boeykens, waarvan voetbal slechts één van zijn vele passies uitmaakte, werd op 5 juli 1951 defintief vervangen als secretaris door Robert Van De Maele (de witte kleermaker). We vinden den boy sedertdien niet meer terug in een uitvoerende functie in het bestuur van sporting. Toch weten we dat hij nog jaren zal opduiken op en rond het speelveld, hetzij als scheidsrechter voor het jeugdvoetbal, hetzij als heetgebakerd supporter. Tijdens het competitiejaar 1951-52 kreeg Sporting opnieuw te kampen met infrastructuurproblemen. Er werd dan ook tijdens de tweede helft van de competitie noodgedwongen gezocht naar een nieuw terrein. Uiteindelijk kon de club een terrein huren van de weduwe Walckiers-De Leener aan de toenmalige Essenestraat, thans Donkerstraat, grenzend aan de spoorweg. De verpaatsingen maakte sporting toen reeds met de bus. Dit was in die tijd niet zonder gevaar. Op weg naar een wedstrijd in Eppegem is ooit eens de stuurinrichting van de bus begeven; de chauffeur kon toen kiezen tussen twee plagen. Ofwel reed hij in het kanaal, ofwel knalde hij tegen de huizen; In een vlaag van ongekende helderheid koos hij resoluut voor de huizen en strandde aldus tussen twee paaltjes. Deze keuze behoede sporting voor een menselijke tragedie en Gieleken, de uitbater van de bus, voor een financieel debacle. In de loop van het seizoen 1953-54 werd het bestuur gewijzigd en werd Albert Raspé de nieuwe voorzitter, Emile Coppens werd zijn secretaris en Léon D'Haese werd de penningmeester. Emile Coppens zou die functie blijven bekleden tot in 1979 en zou ze na het overlijden van Léon D'Haese zelfs een tweetal jaar cumuleren met de functie van schatbewaarder. Tot op vandaag is Miel Coppens niet aleen één van de trouwste supporters van de sporting gebleven, maar daarbij is hij nog steeds een zeer waardevol administratief en sportief raadgever voor elk uitvoerend bestuur. Alzo werd op 12 mei 1954 voor het eerst een oude Sparta-man voorzitter van Sporting. Albert Raspé, postbode in zijn beoepsleven, was immers voorzitter van Sparta geweest tot het einde van de wereldoorlog. Sporting was inmiddels in 1952, na een zege in een eindronde tegen Kapelle-op- den-Bos met 3-0, gepromoveerd naar 2de provinciale waar het echter een moeizame strijd voor het behoud moest voeren. Dit belette niet dat het dat jaar de leider in 2de provinciale, onze buren uit Asse, het leven extra moeilijk gemaakt had in een derby, die uiteindelijk toch met 2-1 verloren werd. Het behoud zou in 1953-54 verzekerd zijn geworden door een overwinning op Green Star dat het Ternat weliswaar niet al te moeilijk had gemaakt . Toen Ternat maar niet wilde scoren, duwde een speler van Green Star dan ook maar zelf de bal in de goal tijdens een corner-scrimmage. De overwinning werd door spelers en supporters uitbundig gevierd in het clubcafé van Green Star en het feest duurde tot laat in de avond en tot de laatste druppel... bier. In tweede provinciale werd steeds gevoetbald onder massale belangstelling. Derby's waarbij 1000 toeschouwers aanwezig waren, waren geen uitzondering, De absolute kaskraker van dat ogenblik was een Ternat-Liedekerke waar bijna 2000 betalende aanwezigen waren. Ternat leek voor de gelegenheid herschapen in het tien-an-men plein toen de horden liedekerkse supporters, allemaal met de fiets, afzakten vanuit de Dendergemeente. Bij de tenoren van de beginperiode waren inmiddels Hubert Broeders (bak), Michel Platteau, André D'Haese, André Roelandt, Ghislain Pletinckx, Rieke De Geyndt, Achiel De Wolf, Jean François, Maurice Roesems (den blanche), doelman Jean De Geyndt, ... bijgekomen. Ook dokter De Vos, die later nog voozitter werd van S.K Lombeek, trad af en toe aan in het ere-elftal. Dit was ook het geval voor Dolfken De Valck die in de zeventiger jaren samen met zijn vrouw Lisken het clublokaal uitbaatte. Beiden stonden altijd klaar met een frisse pint en met een gewillig oor voor elke voetballer en supporter, die zijn ontgoocheling niet kwijt kon na weer een verloren wedstrijd. De onbetwistbare superspits van het ogenblik was nog steeds de Fa, die Ternat tot op het einde van de vijftiger jaren onschatbare diensten zou bewijzen. Noch de Fa, noch het aantrekken van Pierre Figeys, een gewezen Anderlecht-doelman, als oefenmeester heeft echter kunnen beletten dat sporting de tweede helft van de vijftiger jaren moest doorbrengen in derde. Stilaan kwam in die periode ook een nieuwe generatie voetballers aan bod, die allen gevormd werden door iemand die altijd hoog aangeschreven geweest is in voetbalminnend Ternat, namelijk Jean De Ridder. Van de oude garde bleven toen nog alleen Frans Nieuwlandt en François Van Rampelbergh overeind. Zij werden aangevuld door jong plaatselijk talent zoals in het doel Maurice Thyssens (Maurice van pros), Marcel Rollier, Franske Van Bleyenberg (baliènken) en René Minner. Minner speelde voetbal tot het midden van de jaren zestig om vervolgens schatbewaarder te worden van de club en tenslotte voorzitter. Van Minnerke was geweten dat hij een behoorlijke middenvelder is geweest maar ook dat hij dat graag combineerde met een glaasje en een dansje. Vaak kwam hij dan ook van de balzaal naar de kleedkamer. Zo zou hij na één van zijn nachtelijke escapades eens de liedekerkse doelman niet alleen getracteerd hebben op twee doelpunten, maar tevens met de resten van het nachtelijke bier op zijn keepersshirt. De ploeg had in die jaren ook een behoorlijk uitgebouwd en gestructureerd bestuur met figuren die nog voor jaren in Ternat het beleid voor en achter de schermen zullen bepalen. We denken hierbij vooral aan Gust De Vits, Jean Rollier, Gustaaf Mattens, Guillaume Hellinckx, Emile Coppens, Albert Rogiers, Henri Convents, Roger Saerens, Raoul Solheid, Raymond Mattens (Raymond de coiffeur), ... Dit bestuur zal ook voor altijd verbonden blijven aan de organisatie van sportfeesten waar lokale sportcorifeeën zoals Frans Nieuwlandt en Jean De Ridder zich lieten intervieuwen door gekende jourrnalisten van de dagbladpers. Deze avonden werden meestal nog extra opgeluisterd met de aanwezigheid van grote nationale sporters zoals Jef Mermans of Rik Van Steenbergen. De grootste verdienste van dit bestuur is nochtans dat onder haar heerschappij de jeugdwerking van sporting definitief werd op gang getrokken. Aldus werd in 1956-57 een scholierenelftal opgestart, in 1959-60 een juniores-elftal en in 1960 een kadettenploeg. Desalniettemin ontving dit dynamisch bestuur in 1957 de onheilstijding dat haar veld gelegen aan de huidige Donkerstraat bij de spoorweg, niet langer beschikbaar zou zijn. De eigenares zou haar gronden willen verkopen aan het metaalverwerkend bedrijf de N.V. Preflex. Voorzitter Albert Raspé, oud-leerling van de broederschool en zeer goed bevriend met broeder Florent, bepleitte noodgedwongen de zaak van de sporting bij de broeders. Het overleg voor de aanleg van een nieuw veld zou heel wat voeten in de aarde gehad hebben, maar werd toch succesvol afgerond aan de vooravond van het voetbalseizoen 1958-59. Het leverde aan Broeder Florent zowat de titel op van patroonheilige van sporting ternat. Hij hield er een foto aan over in het clublokaal tot op de dag van vandaag, Sporting kon mede dank zij hem over een terrein van de broeders beschikken vanaf 1 september 1958 gelegen aan de hoek van de T'Serclaesstraat en de Stationsstraat. Het terrein werd tot voor kort gebruikt als stort voor het gemeentelijk huisvuil en de inrichting van het speelveld vereiste dan ook belangrijke aanpassingswerken waarbij zelfs kranen en bulldozers aan te pas kwamen. De financiering daarvan was niet altijd evident en vele sympathisanten moesten dan ook in hun eigen portomonee tasten. Het stade Léon D'Haese, genoemd naar de in 1956 overleden penningmeester van de Sporting, werd officieel geopend op 28 september 1958. De opening was een gemeentelijke gebeurtenis die van een ruime belangstelling kon genieten en zelfs de zegen genoot van de toenmalige pastoor E.H. Lepoutre. De aftrap van de eerste match werd gegeven door de toenmalige burgemeester van Ternat, dokter Evenepoel. HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1960 - 1970 Op 30 september 1960 mocht sporting één van zijn belangrijkste trofeeën vieren. Zij waren laureaat geworden in de wedstrijden ingericht door de brouwerij Ginder-ale en het Nieuwsblad en mochten hiervoor "de gouden bal" ontvangen. De zestiger jaren zijn echter voornamelijk het begin geweest van een tijdperk waarin er niet meer voor teruggedeinsd werd om ook niet ternatse spelers op te nemen in de ploeg. Er werd ook talent aangetrokken van ver over de gemeentegrenzen en de semi-professionalisering van het provinciaal voetbal deed sluipend zijn intrede. De tijden waarin alleen gespeeld werd voor een gratis drankbonnetje en de eer waren definitief vervlogen. Alzo werd de ploeg van het begin van de jaren zestig gestoffeerd door mannen als d'Hulster, Albert De Groodt, Albert Heyvaert, De Vliegher, Xavier De Wachter, Disiré De Ryck (dissen), Albert De Raeymaker, de anderlechtse keeper Bolleyn en Firmin Van Schaftingen. Toch bleven er ook nog altijd enkele plaatselijke vedettes om de belangstelling van de supporters op peil te houden. In deze ploeg die eerst onder leiding stond van Jean Valet en later Mainke Vanden Houtte vinden wij aldus ook onder meer Roger De Breucker, Franske Van Bleyenberg, Fonske Vonck, Jules Claes, Jef Laurent en Willy Roesems terug. Een bijzondere figuur in deze periode is ontegensprekelijk Nico Dillens. Nico was oorspronkelijk voor één jaar aangetrokken door Emile Coppens en Gust De Vits vanuit het prestigieuze Anderlecht. Louis De Saeger aan wie gevraagd werd, na zijn succesvolle carrière in Racing Mechelen en later Houdeng, om de rol van trainer-speler te vervullen voor het seizoen 1962-63, was in bekoring van dit fenomeen en zorgde er later voor dat Nico uiteindelijk na enkele seizoenen opnieuw terecht kwam waar hij thuis hoorde. Dillens was immers op eerder toevallige wijze in Ternat verzeild geraakt na zijn legerdienst. Deze klassespeler die met de allergrootsten van die tijd (Jef Jurion, Paul Van Himst) de jeugdreeksen van Anderlecht had doorlopen, was immers onmiskenbaar enkele maten te groot voor sporting en trad vanaf het seizoen 1964-65 dan ook volkomen terecht aan bij Racing Mechelen met wie hij onmiddellijk promoveerde naar eerste klasse. Nico Dillens nam zelf een twintigtal doelpunten voor zijn rekening. Oudere ternatse supporters bewaren in elk geval aan hem nog altijd een heel goede herinnering. Dillens was niet alleen een speler met een heel groot voetbalinzicht. Hij had daarbij ook nog het echte goalgettersinstinct Zo scoorde hij ooit in een wedstrijd Ternat-Meise niet minder dan 8 doelpunten. De einduitslag was 9-3 geweest. Tijdens de zestiger jaren speelde sporting onafgebroken in derde provinciale, met uitzondering van de seizoenen 1960-61 en 1964-65 waarin ze in tweede optraden. Zij promoveerden telkens na een eindronde. In 1960 was de promotie te danken aan een overwinning op Wilsele met 0- 1 uit een doelpunt van Frans Plas en in 1964 stegen ze nadat ze tweede eindigden in de competitie na U.S. Laken. Nochtans bleek vlug dat tweede provinciale nog te hoog gegrepen was, en Sporting hield er dan ook maar één seizoen stand. Op bestuursvlak waren de zestiger jaren gekenmerkt door een grote stabiliteit. Emile Coppens was onafgebroken secretaris, Albert Roziers bleef schatbewaarder en sedert mei 1964 was Jean Rollier de voorzitter. Onder trainers Jean De Ridder en Jean Vallet, meldde zich midden van de jaren zestig, naast een aantal vaste waarden in de ploeg zoals wijlen Dolfke Maes, Felicien De Vos, Roger De Breucker, een lichting ternatse jonge spelers, die in de jaren zeventig het ternatse voetbal een belangrijke lifting zou geven. Wij denken dan voornamelijk aan André Sergeant, Etienne De Leu, Rik Van De Velde, Jef Van Vaerenbergh, Louis Maes, doelman Jean-Louis Rossel ... Allen speelden zij in de eerste ploeg voor ze hun legerdienst deden en in het jaar1966 toen zij onder de wapens moesten hield sporting dan ook zijn hart vast. Zij speelden eind van de zestiger jaren in een elftal met de bijna legendarische keeper Eddy Gysens, die de al even verdienstelijke Rossel al te vaak in de schaduw stelde, en een haast niet te kloppen achterlijn waarvan Frans Van Limberghen, Ghislain Stijlemans en Pierre Van Mulders (pie van kloemp) de rotsen in de branding waren. De voor- en middenlijn werd gedragen door Louis Maes en was gekleurd - en dat moet letterlijk genomen worden - met twee Henry's, waarvan Henri Popagassi het dribbelvermogen had van Rik Coppens en de snelheid van een jachtluipaard, maar al te vaak faalde bij de afwerking. HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1970 - 1980 Begin van de zeventiger jaren werd onder leiding van Danny De Praetere en vervolgens onder oude glorie Willy Moens een nagenoeg volledige ternatse kern uitgebouwd. Toen humbekenaar Hugo Moens tijdens het seizoen 1971-72 de ploeg in handen kreeg, waren de fundamenten van het kernelftal dan ook al grotendeels gelegd. In die periode was bijna de helft van de ploeg afkomstig van de cité of was er op dat ogenblik woonachtig. André Sergeant, François Vanderstraeten (den belg) en de iets jongere middenvelder Roger Van Rossem waren nagenoeg buurjongens geweest in de oude L. Cantillon-wijk, terwijl Ghislain Stylemans, Jean- Marie Everaerts en André De Donder allen hun intrek hadden genomen in de nieuwe wijk van de toenmalige sociale huisvestingsmaatschappij "kleine landeigendom" aan de overkant van de Brusselstraat . De ploeg had vervolgens ook nog Etienne De Leu, Jef Van Vaerenbergh, aan wie sommigen het talent van veelvoudig gouden schoenwinnaar Wilfried Van Moer toematen, François Van Cauwenbergh, Pierre Van Mulders en Jef Boelpaep als vaste pionnen. In de spits werd af en toe ook beroep gedaan op Willy Cieters, die zijn mindere balvaardigheid compenseerde door snelheid. Intussen verwierven ook stilaan Philippe Wijns en Jan De Vits een vaste stek in het elftal. Voor het seizoen 1971-72 werd dan ook luidop gedroomd van een eerste kampioenstitel. De vorige promoties van Ternat naar tweede provinciale waren immers steeds tot stand gekomen via eindrondes. Nog nooit had Ternat dan ook de vreugde van een kampioenstitel mogen smaken. De kern van ternatse spelers was intussen versterkt door de franstalige galante doelman Jean Miclotte, de scherpe pamelse spits Rik Baldé en wambeekse goalgetter René Blommaert. Met nieuwjaar 1972 scheen ternat haar titel ambities te kunnen waarmaken en stond het samen aan de leiding met Hekelgem met 24 punten. Een zelfverzekerde schatbewaarder Emile Coppens vertolkte in een artikel van Het Laatste Nieuws van 13 januari de gemoedstoestand met de woorden "als we nu het geluk hebben om naar tweede te promoveren krijgt er ons niemand meer uit". Eind januari 1972 begon de ternatse motor echter reeds te sputteren. Een thuisnederlaag tegen de buren van S.V.Asse luidde de neergang in. Den belg wijdde deze nederlaag niet zo zeer aan de mindere vorm van het elftal, maar aan brute pech. Hij lanceerde dan ook maar meteen de uitspraak dat Ternat zeker kampioen zou worden, moest de goal vijf centimeter breder zijn geweest. De goalen werden echter niet breder gemaakt en sporting strandde op de vierde plaats met 44 punten. Hekelgem werd dat jaar kampioen en zou nooit meer in derde voetballen. Het seizoen 1972-73 startte Ternat in topvorm. De eerste vier matchen werden gewonnen en Sporting scoorde 12 maal. Kapelle Sport, waar twee ex-ternattenaren intussen onderdak hadden gevonden (Frans Van Limberghen en Franske Van Bleyenberg) werd afgepoeierd met 0-3. Abslolute topscorer op dat ogenblik was Néke Blommaerts. Hij maakte 6 doelpunten in vier wedstrijden. Vanaf november loopt het echter opnieuw minder vlot bij sporting. Zoals zo vaak het geval is, doen de derbymatchen, waaraan derde provinciale zo rijk is, Ternat de strop om. Tegen Wambeek, voor wie intussen François Van Cauwenbergh optrad, moest genoegen genomen worden met een gelijkspel, tegen Asse werd verloren met 1-2 en tegen Blauw-Wit Lombeek werd eveneens verloren met 3-2. Ternat, zoals elk jaar titelkandidaat, pakte opnieuw naast de prijzen en moest machteloos toekijken hoe S.V. Asse in 1973 de titel pakte. Dit belette niet dat het voetbal in Ternat in die vroege zeventigerjaren een bloeiperiode kende. Dit was niet in het minst te wijten aan het stabiel bestuur van sporting waarin Gust De Vits, Armand Kestens, Emile Coppens ... de begeesterende rol bleven spelen. Hun politiek van aanwerving van spelers had er toe geleid dat de spelerskern een groep was van "gezworen kameraden" die heel wat stormen kon trotseren. Vele spelers van die tijd zijn nog steeds terug te vinden in het sportingwereldje van vandaag als medewerker of supporter. André De Donder werd later herhaalde keren hulptrainer om tenslotte voorzitter van het jeugdbestuur te worden. André Sergeant werd een verdienstelijk jongerentrainer. Pierre Van Mulders is nog steeds een trouwe medewerker van het jeugdbestuur. Jef Van Vaerenbergh en François Van Der Straeten zijn nog steeds kritische maar toch loyale supporters. Anderen van deze generatie zijn eveneens lang van onschatbare waarde geweest. Ghislain Stylemans vinden we later nog terug als trainer en vanaf 1986 tenslotte als secretaris van het elftal. Eind 1990 werd Ghislain het slachtoffer van een zwaar verkeersongeval, hetgeen hem er toe dwong elke sociale activiteit voor jaren te stoppen. Tenslotte zou Jean Van Pottelsberghe, die nog in Crossing Schaarbeek gevoetbald had, enkele seizoenen later trainer worden van sporting in tweede provinciale, nadat hij eerst zijn sporen had verdiend als jeugdtrainer. Een plaats apart in deze gallerij bekleedt ontegensprekelijk ook Etienne De Leu. Tienne was op zijn twintigste reeds kapitein van de ploeg en eenieder die in Ternat voetbal kende was er in die tijd van overtuigd dat hij reeksen te laag speelde. Toen Sporting Anderlecht in 1972 Hugo Broos van Humbeek aantrok, waren vele supporters er van overtuigd dat Tienne goed genoeg was voor Real Madrid. Hijzelf heeft het heisa rond het voetbal altijd weten te relativeren en is tot zijn veertigste sporting trouw gebleven, in tegenstelling tot zijn zoon Nico die in het midden van de negentiger jaren reeds als jeugdspeler van Ternat naar R.W.D.M getransfereerd werd. De ploeg voetbalde in die periode niet alleen sterk, er werd ook hard gedronken en gepast feestgevierd. Het was immers de periode van de sportingbals, waarvan het meest memorabele wellicht het bal was met Marva in de garage Citroën van Florent De Geyndt, naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van sporting in 1972. De zaal zat afgeladen vol met 850 zitplaatsen. Stoelen moesten door transport De Vits zelfs aangerukt worden vanuit Merchtem. Deze bloeiperiode wierp uiteindelijk in het seizoen 1974-1975 haar sportieve vruchten af !!! Sporting werd kampioen onder het voorzitterschap van Gust De Vits met André Macharis als trainer, die werd aangetrokken van bij Black Star. De ploeg had een stevige basis met anciens als Jean Van Pottelberghe, Etienne De Leu en André Sergeant. Zij beschikte daarnaast over jong talent als Julien Hellinckx, in de spits, en Filip Schoukens, een stevige back die later ook nog aan zijn trekken zal komen in S.K.Lombeek. Tot de vaste kern van die kampioenenploeg behoorden ook keepers Rudi Van Rampelbergh en Albert De Kimpe, Maurice Nerinckx, een aanvallende middenvelder, Françis Tielemans, een vleugelspeler met uitzonderlijk talent, Rik Van De Velde, een hardwerkende middenvelder, Christian Bini, een behoorlijk snelle spits, en Néke Hellinckx, die in zijn bloeiperiode vergeleken werd met het duitse voetbalwonder Netzer en die tot op vandaag veldafgevaardigde is van Sporting. Marcel Raspé (de witten) die later nog onschatbare diensten zou bewijzen als jeugdbegeleider en medewerker, trad in dat kampioenenjaar ook een paar keer aan de aftrap. Marcel kwam begin 1999 om het leven in een onbegrijpelijk treinongeluk, toen hij na een van zijn traditionele voetbalweekends in Ternat, op zondagavond met de trein naar zijn appartement in Sint Agatha Berchem spoorde. Zijn uitvaart was één van de pijnlijke hoogtepunten van de geschiedenis van de voetbalploeg en uit diepe erkentelijkheid werd vanaf 1999 het sinksen-jeugdtornooi dan ook terecht naar hem genoemd. In dat kampioenenjaar hadden ook de piepjonge Patrick De Valck en Ludo De Bolle hun intrede gedaan in het ere-elftal. Van Ludo De Bolle (Vasco) werd vrij veel verwacht, maar het voetballersleven eiste van deze pallieter een discipline die hij zichzelf moeilijk kon opleggen. Jos De Vits, zoon van de toenmalige voorzitter, zette in dat jaar zijn eerste stappen in de eerste ploeg, Van Jos De Vits bleek echter vlug dat zijn mogelijkheden verder reikten dan tweede provinciale. Hij verliet sporting dan ook snel voor S.K. Halle en het duurde tot het seizoen 1993- 94 voor hij opnieuw de ternatse kleuren droeg, na ook nog voor Merchtem en Zuun aangetreden te zijn. Sedert zijn terugkeer werd Jos zowat de éminence grise van de spelerskern, een functie die hij bleef waarnemen tot hij op het einde van het seizoen 1998-99 belast werd met een mandaat van sportief verantwoordelijke door het voltallig bestuur. De sportieve, financiele en algemeen ondersteunende waarde van vader en zoon De Vits in het leven van sporting kunnen moeilijk voldoende onderstreept worden en de hele ploeg was dan ook in diepe rouw gedompeld toen Gust in 1999 op 68-jarige leeftijd definitief aan al de zijnen en aan sporting noodgedwongen vaarwel moest zeggen na een slepende ziekte. Tijdens het seizoen 75-76 bleef André Macharis als trainer. De kern werd versterkt met Ternattenaar Danny Van Belle, die na een omweg bij Halle weer in Ternat verzeilde, en het lombeekse enfant-terrible Theo Pouliart, die schitterende matchen afwisselde met onbetwistbare missers. Zijn entree had Theo In elk geval had niet gemist. Na vijf matchen had Sporting immers tien op tien en had de markante linksvoor elke keer gescoord. De verwondering was dan ook groot, en niet in het minst bij Theo zelf, toen hij de zesde competitiematch op de bank moest beginnen. In de tweede helft van de jaren zeventig hield sporting behoorlijk stand in tweede provinciale. De tenoren van de ploeg, die onder de leiding stond van Jean Van Pottelberghe, bleven voornamelijk Etienne De Leu, André Sergeant, Rik Van De Velde, aangevuld met Marcel Kestemont van F.C Ruisbroek, François De Weghe van F.C. Liedekerke en ook nog steeds Maurice Nerinckx. De keepers uit die periode waren voornamelijk Gilbert De Schepper en later Chris Van Marcke, die begeleid werden door De Vreught. Van deze ploeg maakten ook nog Norbert De Troch, die later voor Hoger Op Merchtem uitkwam, Ronny Van Petegem en Filip Schoukens deel uit. Het was ook de tijd dat Ternat beschikte over een Vander Elst-brother, namelijk Jean-Paul, die zijn naam alle eer aandeed en één van de degelijkste en vooral regelmatigste middenvelders van tweede provinciale C mocht genoemd worden. De zeventiger jaren werden op 30 december 1979 afgesloten met een jubileummatch tegen H.O. Merchtem ter ere van André Sergeant. André werd op dat ogenblik door zijn ploegmaats, bestuur en supporters gehuldigd voor zijn 10 jaar trouwe dienst aan Sporting. Terecht werd ook zijn vrouw bij de hulde betrokken. Van "lieveke" is geweten dat zij met André en met sporting heel veel geduld heeft moeten hebben, hetgeen zij tot op vandaag steeds met de glimlach heeft blijven doen. Nog steeds steunt zij immers, met woord en daad, zowel de jeugd als het eerste elftal in goede en kwade dagen. Na jaren voor André te supporteren, doet zij thans met evenveel overtuiging hetzelfde voor haar zoon Kenny, die sedert het seizoen 1998-99 eerste doelman werd van sporting. HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1980 - 1990  In het begin van de tachtiger jaren bleef Sporting steunen op haar vaste waarden, Etienne De  Leu, André Sergeant en Rik Van De Velde, wiens broer intussen een mooi voetbalpalmares aan  het opbouwen was.  Jean-Pierre Van De Velde werd destijds als kadet getransfereerd naar Anderlecht en raakte er  zelfs tot in het eerste elftal. Na een prachtige voetbalcarrière bij ploegen als Union en Ninove,  maakte Jean-Pierre het echter vooral waar als trainer, waarvan de hoogtepunten gelinkt waren  aan de loopbaan van Aad De Mos, eerst als derde trainer van Anderlecht en vervolgens als  hulptrainer van Standaard Luik. Jean-Pierre had ook heel veel verdienste bij de doorbraak van  S.K. Lombeek van eerste provinciale naar bevordering. De banden die Pie op die manier met  Lombeek heeft gesmeed hebben vader Jef Van De Velde nooit belet om tot vandaag één van de  trouwste supporters van sporting te blijven. Hij laat dan ook niet na om met het ternats  sinksentornooi, als Jean-Pierre bij hem op bezoek komt, om hem af en toe mee te tronen naar  het bescheiden ploegje waar voor hem ooit alles begon.  In deze ploeg van de beginjaren tachtig vinden we ook nog Philippe Wijns, Jean-Paul Vander  Elst, Norbert De Troch, Ronny Van Petegem en de gebroeders Françis en Leon Hannaert terug.  De ploeg werd daarbij versterkt met de ervaren Pierre Van Vaerenbergh en een aantal jongeren,  zoals Johny De Neef.  Vanaf 1981 stond de ploeg onder de leiding van speler-trainer Tienne Tackaert, die niet alleen  heel wat werk opknapte op het middenveld, maar daarbij ook geregeld scoorde. Vanaf het  seizoen 1982-83 verschenen ook Frank Wauters, Danny Bauters en Joost Boudry voor het eerst  geregeld aan de aftrap. Norbert De Troch, die net geen tien jaar in de eerste ploeg zou spelen,  ondersteunde nog steeds mee het middenveld. Norbert zou uiteindelijk zijn loopbaan in Ternat  in 1988 afsluiten als hetgeen toen een stopper genoemd werd.  Ook op bestuursvlak veranderde heel wat in de eerste helft van de tachtiger jaren. Nadat Gust  De Vits heel even opgevolgd was door Armand Kestens, werd vanaf juni 1982 René Minner  uiteindelijk voorzitter van sporting, nadat hij voordien reeds speler en schatbewaarder was  geweest. Als schatbewaarder werd Minner opgevolgd door Emile De Deckers, wiens schaduw  sedertdien onafgebroken over de ploeg hangt. Miel beheert de ternatse financien met ijzeren  hand en bekleedt in die functie meer dan een sleutelpositie in de ploeg. Hij heeft dan ook in al  die jaren het enthousiasme van menig trainer moeten temperen en de ambitie van weer een  nieuwe voorzitter aan banden moeten leggen. Wellicht heeft hij aldus de club voor enkele  gevaarlijke avonturen behoed. Van 1982 tot 1986 was Hubert Borremans secretaris van de club.  Hij werd daarna opgevolgd door Ghislain Stylemans tot op het ogenblik dat hij zijn  verkeersongeval kreeg.  Het basiselftal bleef medio van de tachtiger jaren opgebouwd rond Norbert De Troch, Frank  Wauters, Jean- Paul Vander Elst en, niet te vergeten, Marc Tassenoy. Tassenoy was op dat  ogenblik niet alleen de draaischijf van de ploeg, hij pikte ook af en toe nogal vlot een goaltje  mee. Van deze ploeg maakten ook nog steeds Danny Bauters, Peter Van Cauter, Léon en  Françis Hannaert en Ludo Borremans deel uit.  Trainer Ghyslain Stylemans, die de ploeg sinds 1983 onder zijn hoede had, wijdde de tijdens het  seizoen 1984-85 uitblijvende resultaten deels aan blessureleed, maar vooral aan gebrek aan  winnersmentaliteit. Zodra dergelijke uitspraken de wereld ingestuurd worden, heeft iedereen het  wel begrepen. Het is tijd voor een trainerswissel.  In 1985, nadat Sporting met moeite het behoud in tweede C had verzekerd, werd Ghislain dan  ook opgevolgd door de meest prestigieuze trainer die Ternat ooit aanwierf. De ere-klasse  nederlandse doelman Jan Ruiter, die een sportzaak had geopend in Ternat, had graag de paars- witte of wit-zwart-rode kleuren van R.W.D.M geruild voor het rood-wit van ons provinciaal  clubje. Hij gaf vervolgens ontegensprekelijk aan Ternat enige mooie sportieve jaren. Onder hem  werd de semi- professionalisering van het provinciaal voetbal verdergezet.  Sinds 1984 had de club reeds een eigen paramedische begeleider aangetrokken in de persoon  van kinesist Marc Jans. Marc bekleedde de functie onafgebroken tot 1999 en was in al die jaren  niet alleen uitgegroeid tot een onmisbare verzorger van zere knieën, spieren en pezen, maar ook  tot een volleerd voetbaldeskundige. Marc gaf echter slechts zijn mening wanneer hij daarom  uitdrukkelijk gevraagd werd. In tegenstelling tot heel wat vermeende voetbalkenners kon Marc  steeds op genuanceerde wijze zijn mening zeggen over het spel met het balletje, zonder daarbij  te vervallen in kwetsende of overdreven enthousiaste retoriek.  Onder Jan Ruiter maakten ook heel wat nieuwe jongeren hun reëel debuut. Zij werden ingezet  naast een aantal talentvolle spelers die aangetrokken werden van andere clubs, zoals  bijvoorbeeld Antonio Barsanti van Ganshoren en François Van Rossem van Wambeek.  Onder deze jongeren bevonden zich de gebroeders Jurgen en Rudi De Donder, die begenadigd  met het talent van hun vader, snel een plaatsje inpikten in het eerste elftal. Rudi, die vanaf zijn  eerste seizoen in de kern geregeld scoorde verdedigt thans, na enkele omzwervingen in  Eizeringen, Wambeek en Essene, opnieuw de ternatse kleuren als hulptrainer van het eerste  elftal. Hij werd steeds gerekend bij de vaste waarden van het ternatse elftal.  Van deze nieuwe lichting maakte ook Gunther Vandersmissen uit. Gunther was een uiterst  gemotiveerde mandekker met een hart voor de club, hetgeen hem tot één van de troetelkinderen  van sporting maakte. Toen hij enkele jaren later Sporting inruilde voor Scup Jette, werd hij na  een ongeluksjaar vol met blessures, in 1997 opnieuw opgenomen in het ternats elftal. Het was  dan ook voor eenieder een harde klap toen Gunther aan de vooravond van het seizoen 1998-99  totaal onverwachts aankondigde dat hij zou stoppen met voetballen.  Ook Jan De Bot, een linkerflankspeler, behoort tot deze inmiddels oude getrouwen van  Sporting. Ook hij zal na enkele omzwervingen uiteindelijk terugkeren bij Sporting in de tweede  helft van de negentiger jaren. Jan bleef echter niet gespaard van blessureleed en moest tijdens  het seizoen 1998-99 het merendeel van de matchen noodgedwongen volgen vanop de tribune.  In deze late tachtiger jaren beschikte sporting wellicht over de meest getalenteerde voorlinie van  haar geschiedenis. De supersnelle Liedekerkse aanvallers Milko Van De Winkel en Johan  Asselman, bijgestaan door de zeer kopbalsterke en technisch vaardige Frank Wauters, speelden  toen de pannen van het dak. Tijdens de drie seizoenen te rekenen vanaf september 1987 tot april  1990, die Johan Asselman en Frank Wauters in de spits speelden, maakten zij samen niet  minder dan 92 goals !!! Het was in die tijd dat Ternat, Eendracht Lennik, dat toen noch geleid  werd door de latere ternatse trainer Guy Denil, inblikte met 7-0 en Erps-Kwerps naar huis  stuurde met 8-2. Dit ontlokte aan de lokale sportpers de bedenking dat in Ternat de goals  momenteel maar 8 frank kosten. De toegangsprijs van 80 frank gedeeld door 10 ! Ouderwetse  uitslagen waarvan sporting later alleen nog maar zal kunnen dromen. Deze voorlinie werd  ondersteund door een solide verdediging waarvan Jurgen De Donder en voornamelijk ook de  voortreffelijke keeper Patrick Merckx de grendels waren.  Onafgebroken nestelde Sporting zich dan ook in die jaren in de kop van tweede provinciale,  zonder weliswaar ooit echt mee te dingen voor de titel. Trainer Michel De Coster, die zich liet  bijstaan door vader De Donder als hulptrainer, wijdde dat laatste vooral aan een gebrek aan  mentale sterkte. Michel De Coster zal zich later vooral bezighouden met de jeugd en zal op die  wijze een elftal klaarstomen, waarvan verwacht wordt dat het Ternat in de 21ste eeuw moet  kunnen stuwen naar hogere regionen.  Het einde van de tachtiger jaren viel ook nog samen met een belangrijke verbetering van de  infrastructuur. Mede door de steun van het gemeentebestuur was Sporting er in geslaagd om in  1988 voldoende fondsen te verzamelen om een modern sanitair blok uit te bouwen met een  comfortabele administratieve ruimte. Traditiegetrouw werden de gebouwen ingewijd door  deken De Ridder. Ternat tuimelde het laatste decennium van de vorige eeuw in met heel wat ambitie. 40 jaar  sporting werd dan ook in 1990 tijdens de zomer herdacht met een propagandawedstrijd van  formaat. Op 23 juli werd aldus in het stadion Léon D'Haese R.W.D.M - Eendracht Aalst  gespeeld.  Een belangrijk gedeelte van de nieuwe dynamiek werd onmiskenbaar op gang gebracht door de  familie Wauters, die vertegenwoordigd waren in alle geledingen van de ploeg. In het bestuur kon  men Pierre De Hertogh, Georges Wauters, François Vandersmissen en de kersverse voorzitter  Jean Wauters terugvinden, en op het veld sloot Gunther Vandersmissen de verdediging, terwijl  Frank Wauters nog altijd voor de doelpunten zorgde. In 1991 zou jongste broer Fréderic het rijtje  nog komen vervolledigen. Heel vlug echter werd de familie en dus ook Sporting Ternat getroffen  door een zware tragedie. Na enkele maanden voorzitterschap overleed Jean Wauters aan een  hartaanval, zonder dat hij het werk dat hij met zoveel enthousiasme was begonnen ooit had  kunnen afmaken. Hij werd op 30 december 1990 begraven en werd op 10 januari 1991  opgevolgd als voorzitter door zijn broer Georges, die sindsdien Ternat niet meer heeft losgelaten.  Vandaag bekleedt Georges het mandaat van afgevaardigd bestuurder in de beheers-VZW van  sporting, maar dat heeft hem nooit belet om tevens het onderhoud te doen van de kleedkamers en  de kantine en ervoor te zorgen dat de velden bespeelbaar blijven. Daarnaast helpt hij nog zijn  vrouwtje bij de bediening in de kantine tijden de zondagse thuismatchen. Dit laat hem toe bij het  ophalen van de glazen met eenieder zijn klapke te doen en mee te genieten van weer een mooie  overwinning van rood-wit of zijn spijt te verbijten bij opnieuw nutteloos puntenverlies.  Begin van de negentiger jaren waren bestuur,spelers en supporters lichtjes gefrustreerd geraakt  omdat Ternat steevast eindigde in de voorste helft van de rangschikking maar nooit echt kon  meedoen voor de titel. Het aantrekken van Guy Denil als trainer moest daar verandering in  brengen. Smaakmakers in de ploeg waren op dat ogenblik de gebroeders De Donder, Benny De  Rijck, Alex Moens, Guy Vermoesen, Gunther Vandersmissen, Danny Bauters, Joost Boudry, de  ervaringrijke technisch begaafde rechterflankverdediger Françis Hannaert en Frank Wauters.  Jurgen De Braeckeleer, die op het eind van de tachtiger jaren tweede doelman was geweest na  Patrick Merckx, werd eerste doelman,  Na een eerder ontgoochelend eerste seizoen kreeg trainer Denil en hulptrainer André De Donder  voor het seizoen 1991-92 nog extra munitie bij. Dit verklaart zich mede door de intrede van  Emile Demul, een textielhandelaar, als nieuwe voorztter. Voor het seizoen 1991-92 werden aldus  Ronny Van Cauwelaert en Luc Libert van Dilbeek aangetrokken, Jean-Lou Meinaert van  Overijse, Nico De Vroe van S.K.Gooik, en werd Guy Vermoesen definitief van Sporting. Ook  tijdens dat seizoen heeft sporting echter jammer genoeg nooit meegedaan voor de titel.  Het volgend jaar werd dan nogmaals zwaar uitgehaald en werd opnieuw de kaart getrokken van  de dure aankopen. Alzo werden voornamelijk Ronny Van Poucke en Chris Guldemont  aangetrokken. Chris Guldemont was een speler van nationale allure en speelde in 1992 nog bij  derdeklasser Lembeek. Ronny Van Poucke had het voordien geschopt tot in het eerste elftal van  Anderlecht, Beerschot en La Louvière.  De aankooppolitiek van die jaren leidde wel tot het verlies van enige vaste lokale waarden. Alzo  verlieten Rudy De Donder, Jan De Bot, Joost Boudry, Danny Bauters, Jurgen De Braeckeleer, de  gebroeders De Rijck, allen in 1992 Sporting Ternat. Reeds in oktober 92 liep het opnieuw mis.  Ternat kampte met een zware blessurelast. Ronny Van Poucke kwam niet tot spelen als gevolg  van gesukkel met de knie en Jurgen De Donder was definitief uitgevallen wegens rugklachten.  Zoals het echter zo vaak het geval is, was het de trainer die de slechte resultaten moest betalen.  Guy Denil stapte op en Michel Van Vaerenbergh, hulptrainer bij S.K. Lombeek wou Ternat  depanneren.  Onder Michel Van Vaerenbergh zagen we in 1992 voor het eerst op zestienjarige leeftijd Jochen  De Brabanter op het scheidsrechtersblad verschijnen. Jochen groeide sinsdien uit tot de spil van  de ternatse aanval en scoorde in het seizoen 1998-99 liefst 22 keer. Zijn aantreden in het eerste  elftal ging in het begin vaak gepaard met kuren en incidenten, maar toch was er geen bestuurslid  of supporter die er ooit aan dacht om het hem echt kwalijk te nemen.  In dat jaar kwam ook Koen Thiebaut de ternatse gelederen versterken. Koen was een degelijke  mandekker met een leeuwenhart, dat jaren klopte voor sporting. Toen hij na het seizoen 1997-98  sporting ruilde voor S.V. Asse verloor Ternat een van zijn trouwste soldaten, die het intussen tot  kapitein had gebracht.  Michel werd midden het seizoen 1993-94 vervangen door Erwin Michiels. Tijdens dat seizoen  stond opnieuw Jos De Vits in de ploeg en was ook Alex Moens komen opdagen. Deze laatste  wisselde behoorlijke matchen af met mindere dagen. In elk geval bracht Alex het later nog tot  invaller bij S.K. Lombeek in bevordering, hetgeen toch zijn intrinsieke waarde aantoont.  Voor de rest steunde het elftal vooral op de gebroeders Wauters, Jean-Louis Meynaert, Dirk  Piers, Luc Libert ... Intussen was ook de jonge belofte Jochen De Brabanter van de kern gaan  deel uitmaken. Tussen hem en Erwin Michiels heeft het echter nooit echt geklikt. Jochen kwam  dan ook onder Michiels minder aan bod.  Van dezelfde generatie is ook Joeri De Clerck. Over Joeri werd destijds met heel veel lof  gesproken, onder meer door trainer Guy De Nil die hem aan het werk had gezien in de  jeugdelftallen. Joeri groeide in de tweede helft van de negentiger jaren uit tot één van de vaste  pionnen van het elftal in de rol van verdedigende middenvelder. Van Joeri, die de aardse  geneugten niet schuwt,wordt vooral zijn teamspirit geapprecieerd en zijn positieve ingesteldheid.  Voor zijn medespelers zijn deze vaak een opkikker .  Ternat kon dat seizoen zijn redding nog nipt verzekeren door een overwinning tegen Woluwe  met onder meer een goal van Rudi De Donder. De redding van Ternat was ten koste van S.V.  Asse dat zakte naar derde provinciale.  Voor het seizoen 1994-95 werd nogmaals de infrastructuur verbeterd. Tot nu toe beschikte  sporting, naast zijn eerste terrein slechts over één oefen-en jeugdterrein, gelegen achter het  sportcentrum tussen de T'Serclaesstraat en de P.Van Cauwelaertstraat. Op dezelfde locatie werd  door het gemeentebestuur onder burgemeester Gerard Platteau en Sportschepen Frans Holsters,  tevens bestuurslid van Sporting, een tweede terrein aangelegd.  Het seizoen 1994-95 startte sporting op sportief vlak schitterend. Er werd onmiddellijk  gewonnen op het veld van Halle met 0-2. Frank Wauters maakte de twee doelpunten. Het was  echter jammer genoeg één van de weinige hoogtepunten van dat seizoen. Nadat het al een vijftal  jaar was misgelopen, moest Sporting uiteindelijk in 1995-96, onder trainer Danny De Krick, die  Michiels was opgevolgd, nieuw leven ingeblazen worden.  Frans Ebraert, die later in 1999 Ternat bijna nog voor de eeuwwisseling de tweede  kampioenstitel bezorgde, werd hulptrainer. Het elftal van 1995 droeg in zich onmiskenbaar de  kiemen van een verdienstelijke ploeg. Er was immers een zeer behoorlijke voorlinie met Jochen  De Brabanter, Rudy De Donder en de polyvalente aanvaller Bart Brion, die van F.C.Wambeek  werd aangetrokken. Tevens was de samenstelling van het middenveld niet onaardig met Jos De  Vits, Danny Bauters, Geert Leo, Dirk Piers ... Achteraan vonden we ondermeer Koen Thiebaut,  Frederic Wauters en Jan De Bot. Toch kon Sporting dat seizoen nooit echt overtuigen.  Doelmanperikelen waren hieraan zeker niet vreemd. De eerste keeper Stephan Elsier moest  immers vervangen worden door invaller Jo Van Der Elst, die ondanks heel veel goede wil toch  heel wat ongelukkige doelpunten moest incasseren. Sporting Ternat zakte opnieuw naar derde  provinciale.  Voor Ternat begonnen de laatste vijf jaren van het millenium dan ook in mineur. Het  bestuurstroika Georges Wauters, voorzitter, Luc Janssens, secretaris en Emile De Deckers  wachten dan ook enkele moeilijke jaren. De voorbije jaren hadden zowel op bestuurs- als op  sportief vlak immers een kater achtergelaten. Voorzitter Demul moest als gevolg van een  faillissement afhaken en heel wat bestuursleden uit het begin van de negentiger jaren, Ludo Van  Cauwelaert, Joris Vandersmissen en Pierre De Hertogh, volgden om diverse redenen zijn  voorbeeld.  Sportief werd voor het seizoen 1996-97 nochtans een mooie ploeg aangeboden, die de ambities  van supporters en bestuur om onmiddellijk opniew te stijgen naar tweede provinciale in theorie  waar moesten kunnen maken. Sporting beschikte immers vanaf dat seizoen over een uitstekende  doelman, die tevens een fantastische clubspeler was, namelijk Geoffrey Gillis. Geoffrey zou  sporting verlaten na het seizoen 1997-98 samen met de reeds vroeger genoemde Koen Thiebaut  en Bart Brion. Hij speelde immers zaalvoetbal met Halle op het hoogste niveau en zag om  persoonlijke redenen af van de combinatie. Achteraan beschikte deze ploeg ook nog over Luc  Blendeman, die stevige verdedigerskwaliteiten verenigde met sterk spelinzicht en een  loupezuivere lange pas. Luc Blendeman verliet sporting op het eind van het jaar voor F.C  Wambeek, met wie hij onmiddellijk de kampioenstitel pakte. Ook kwalitatief zeer waardevol  was de aanwezigheid van Johan Van De Velde in dit elftal. Deze mischien iets te frèle  middenvelder verliet Ternat voor Asse ter Heide voor het sezoen 1998-99. Ondanks deze mooie  namen gekoppeld aan het ontwikkeld ternats jong talent, zoals De Brabanter, De Clerck, Fréderik  Wauters en de vaste waarden Jos De Vits en Rudy De Donder, werd jammer genoeg dat jaar  geen titel behaald. Ternat bracht het wel tot een eindronde, maar werd er uitgekegeld door het  staalharde en meer gemotiveerde Tremelo, na een zware thuisnederlaag.  Tijdens het jaar 1997-98 werd ook de administratieve stuctuur van de club grondig herschikt. Het  beleid van sporting zou voortaan bepaald worden in de schoot van een V.Z.W. en niet langer  door een feitelijke vereniging. Er werden heel wat nieuwe mensen opnieuw bij het bestuur  betrokken. Alzo kwam opnieuw Louis De Saeger in het ternats bestuur, alsmede een aantal  nieuwelingen, zoals Jean De Backer(Laiz'n), Erwin Broeders en Willy Mergan. Dit nieuw  bestuur werd onmiddellijk geconfronteerd met twee hete hangijzers. Vooreerst stelde zich de  vraag over al dan niet fusie van alle ternatse voetbalploegen en vervolgens stelde het  gemeentebestuur het subsidieringsbeleid in vraag. Van in het begin leek F.C. Wambeek niet echt  geïnteresseerd in een fusieploeg. Zij oordeelden dat het beter was om verder de eigen erwtjes te  doppen. De fusiegedachte leefde wel sterker in Ternat en Lombeek. Zij kwamen zelfs tot een  echt fusieplan dat echter onder druk van supporterskernen en belangencoalities nooit  goedgekeurd werd. De fusiegedachte Ternat-Lombeek werd begin 1998 definitief begraven.  Lombeek heeft de fusieweg dan maar alleen verder gevolgd en realiseerde op het eind van het  seizoen 1998-99 een fusie met F.C. Liedekerke.  De financiering van de voetbalploegen werd in 1998-99 door het gemeentebestuur onder leiding  van burgemeester Gerard Platteau verzekerd via de overname van de infrastructuur van de  voetbalploegen. Dit bezorgde ook Sporting Ternat een paar miljoen die de club moet toelaten de  21ste eeuw sportief en logistiek voor te bereiden.  Het sportief seizoen 1997- 98 werd aangevat met Guy Vermoesen als trainer. Guy Vermoesen  had het vorige jaar kampioen gespeeld met de kadetten en beschikte over een Heizel- trainersgetuigschrift, waardoor hij klaar geacht werd voor het grote werk. Het experiment had  kans op slagen vermits Guy op het veld zou kunnen bijgestaan worden door enkele oude rotten.  Voor deze taak werd vooral gerekend op de zevenendertigjarige Yvan Moock, die de  jeugdreeksen van Anderlecht had doorlopen, met Exelsior Moeskroen in tweede nationale had  gespeeld en daarna vaste pion is geweest bij F.C. Lombeek in bevordering. Yvan heeft zeker in  de tweede helft van het seizoen die rol waargemaakt.  Eveneens van Lombeek werd Alwin Meyskens aangetrokken. Ook over Alwin kan heel wat  goeds gezegd worden, alhoewel zijn eerste seizoen bij sporting door velen niet als een  onverdeeld succes werd gezien. Intussen heeft Alwin de twijfelaars al lang overtuigd, na zijn  meer dan behoorlijk seizoen 1998-99.  Ondertussen waren ook de eerste producten binnengesijpeld van de eeuwige kampioenenploeg  van sporting, die bij de beloften geleid werd door Michel De Coster. De eersten uit deze ploeg  die de vuurdoop ondergingen waren Mario De Smedt en David Baveghems. Hun opname in de  ploeg kon niet echt succesvol genoemd worden want beiden weken al vlug uit naar het  liefhebbersvoetbal. Beter verging het Steve De Saeger en Tom Van Hecke die 1997-98  volmaakten en geregeld speelden. Steve De Saeger sloeg er zelfs in enkele markante doelpunten  te scoren.  Toen met kerstmis 1997 bleek dat sporting haar titelambities opnieuw ernstig in gevaar kwamen,  werd hevig aan de noodrem getrokken. Guy Vermoesen werd ontslagen en werd vervangen door  de turbulente trainer van Marocaine en S.K.Londerzeel, Geert De Petter. Met Geert werd een  trainer binnengehaald van uitzonderlijke allure. Al degenen die met hem hebben samengewerkt  werden geïmponeerd door zijn scherp tactisch voetbalinzicht en zijn onvermoeibaar  temperament. Dit alles werd bovendien gecombineerd met een onstuitbare overwinningsdrang.  Dankzij Geert De Petter kreeg sporting van een verloren positie met nieuwjaar opnieuw zicht op  de titel tot de laatste zondag van het seizoen. Toen de ploeg in de laatste weken af en toe tekort  schoot in haar motivatie brulde hij dan ook als een leeuw. Het seizoen eindigde uiteindelijk nog  met een wrang gevoel.  Toen na het seizoen vlug bleek dat De Petter aanbiedingen had van ploegen van eerste  provinciale moest uitgekeken worden naar een nieuwe trainer. Vermits nog altijd de ambitie  aanwezig was om zo spoedig mogelijk te promoveren naar tweede provinciale, werd opnieuw  een naam uit het voetbal aangetrokken. De keuze viel deze keer op Chris Cools, ex-jeugdtrainer  bij Eendracht Aalst en trainer van F.C. Hekelgem in bevordering. Frans Ebraert, zou ook hem  bijstaan als hulptrainer.  Het vertrek van Yvan Moock dwong bovendien Ternat op zoek te gaan naar een oudere speler  die samen met Jos De Vits de ploeg zou kunnen dragen. Tevens moesten de jongeren, die  Sporting absoluut wou inpassen in het eerste elftal, omkaderd worden. Het was immers de  bedoeling om de piepjonge Steve De Saeger, Tom Van Hecke, Kenny Buyck, Kevin  Rampelbergh, Kenneth Van Den Broeck en desgevallend nog anderen van de kampioenen- beloftenploeg aan bod te laten komen. Deze taak werd opgedragen aan Johan Herroes die  overkwam van Kester. Johan ontbrak niet het temperament om deze taak op te nemen, maar  kwam terecht in een ploeg die vanaf september alle cohesie verloor. Ook de nieuw aangetrokken  spelers Bart De Pauw, Koen Claeys, Renaat De Schrijver en Christof Denul, deelden mee in deze  malaise. Voor Bart werd het allemaal al vlug teveel, terwijl Renaat, Koen en Christof zich nog  zeer verdienstelijk konden maken tijdens de tweede helft van het seizoen.  De revelatie van het seizoen 1998-99 was echter ontegensprekelijk Kenny Sergeant. Op  zeventienjarige leeftijd moest hij de last tornen van eerste doelman van Sporting. Daarbij werd  het hele jaar haast gevoetbald zonder reservedoelman, tot uiteindelijk Jelle Rossel op het einde  van het seizoen die rol kreeg toebedeeld.  Het feit dat Sporting tot op de laatste zondag opnieuw in de running was voor promotie, is  ontegensprekelijk mede de verdienste van Kenny, die Ternat ettelijke punten bezorgde met  meesterlijke reddingen.  Daarnaast had ook de trainer Frans Ebraert een groot deel aan deze puike prestatie. Nadat in  november 1998 de breuk tussen Chris Cools en de spelersgroep onherstelbare vormen had  aangenomen, schonk het bestuur schoorvoetend en op aandringen van de spelers het vertrouwen  aan de hulptrainer. In een minimum van tijd ontwikkelde Frans zich, ondanks alle perikelen, tot  een echte patron, die het vertrouwen genoot van zijn spelers en zeer vlug tot resultaten kwam. De  tweede helft van het seizoen 1998-99 bracht aldus voor bestuur en supporters toch nog een  spannende brok voetbal. Ternat eindigde uiteindelijk derde en Mazenzele werd kampioen voor  Groot Bijgaarden.  Het laatste seizoen van het millennium ging sporting opnieuw in met de terechte ambitie om  kampioen te spelen. Van de jongeren verwachtte men dat zij stilaan de maturiteit zouden  verwerven om de resultaten die zij in de jeugdreeksen konden bereiken te evenaren met het  eerste elftal. Nadat ook Dimitri Weeckers opgedoken was in de kern, werd de kampioenen- beloftenploeg van het midden van de negentiger jaren opnieuw praktisch helemaal herenigd.  Van de zeer professionele oefenmeester Guy Bogaerts, met zijn ervaringrijke assistent Frans De  Cuyper, werd verwacht dat zij deze uiterst jonge ploeg zouden leiden tot de prestaties van het  verleden. De aangetrokken talentvolle nieuwe spelers dienden hen zeker bij deze opdracht te  helpen. Alzo werd, vanuit Mazenzele, de scoor- en assistmachine Henk Loosveld aangetrokken,  werd het middenveld versterkt met de technisch sterke Merchtemse aanvallende middenvelder  Styn Van Wemmel, en werd de verdediging onmiskenbaar versterkt met de balvaardige Eddy  Van Oudenhove en met de solide Frank Theeuwissen.  Het mag dan ook niet verbazen dat Sporting Ternat, 50 jaar na zijn oprichting en 25 jaar na de  eerste kampioenstitel, de jarenlange ambitie om kampioen te spelen in het seizoen 1999-2000  kon waarmaken en uiteindelijk weer zijn plaats in tweede provinciale innam. Laat ons hopen dat  een volgende kampioenstitel geen 25 jaar op zich laat wachten.  © Ronald Parys - Sporting Ternat van 1950 tot 2000, Kroniek van een voetbalploeg.
KSKL TERNAT
officiele website 2e provinciale B
© copyright 2010 - 2017    STUDIO KSKLT
co - sponsors
   HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1990 - 2000

Please Install The Flash Player

HISTORIEK

HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1950 - 1960  Op 1 mei 1950 werd het huidig Sporting Ternat gesticht door Damiaan De Saedeleer, Léonard De Baerdemaecker, Robert Vandemaele, Frans Nieuwlandt, Remi De Ras en Remi Van Vaerenbergh. Damiaan De Saedeleer, Dam van smisser, werd voorzitter van de club, met Remi De Ras als secretaris en Frans Nieuwlandt, de slinken, als penningmeester. De zopas opgerichte club had enige wortels in het naoorlogse "Sparta Ternat", maar ook en vooral in een liefhebbersclubje dat opgericht was in 1947 vanuit de kajottersbeweging. Deze laatste club was spontaan gegroeid rond Theofile Boeykens, den boy. Zij had onder meer als spelers : Maurice De Wit, Wilfried Cooremans, Jean Willems, Armand Kestens, Gust De Vits, Georges Van Hemmes (Georges van Camille), François van Rampelbergh (de fa), Louis De Saeger, Lucien De Geyndt, Willy Moens, Willy Thyssens en Pierre Pauwels. Het vriendenkransje speelde in het begin sporadisch vriendschappelijke matchen in de directe omgeving van Ternat. Vanaf 1949 werd deelgenomen aan een heuse competitie in een voetballiefhebbersverbond. Theophile Boeykens was intussen vervangen als voorzitter door Léonard De Baerdemaecker; hijzelf bleef echter wel actief als secretaris. Willy Moens was schatbewaarder geworden. De kersverse ploeg kaapte reeds in 1950 een kampioenstitel weg in zijn liefhebbersverbond. Het lokaal was gevestigd in de herberg bij Janneke blok aan de hoek van de Keizerstraat met de B. Verbruggenstraat op wandelafstand van hun eerste veld aan de Keizerstaat. Kleedkamers waren echter op dat ogenblik nog niet voor handen. Als de weersomstandigheden het toelieten kleedden de spelers zich om op het veld onder de supporters. Als het weer tegenviel werd beroep gedaan op de gastvrijheid van de buren of kleedden sommigen zich thuis reeds om. Bij andere ploegen was de akkomodatie in die tijd niet veel beter. Zo werden onze jongens tijdens een verplaatsing in Scheut ondergebracht in een bierkelder onder de toog in het cafe. Zij kleedden er zich om tussen de vaten kriek en lambik waar ze -voor zover geweten althans- voor één keer wel afgebleven zijn. Het was oorspronkelijk de bedoeling geweest dat sporting in een geel-witte uitrusting zou spelen, maar toen bleek dat die kleuren uitverkocht waren bij de aankoop van de eerste shirts, werd voor andere kleuren gekozen. Zo kwam Ternat uiteindelijk aan zijn rood-witte kleuren. Deze eerste shirts zouden gesponsord geweest zijn door wijlen Hector De Clerck. Echter uitsluitend de shirts werden aangekocht. Voor de overige voetbalattributen moesten de spelers immers allemaal zelf zorgen. Ook het aantal beschikbare leren ballen was zeer beperkt. Het gerucht gaat dat ze drie in aantal waren waarvan één gekregen van onderpastoor Broos, en dat zelfs af en toe matchen afgelast werden omdat de blazen in het leren omhulsel niet geraakten. Een echte trainer heeft dit embryonaal sporting nooit gehad. Voornamelijk Willy Moens zou belast geweest zijn met het op peil houden van de fysische conditie van de jongens. Het succes van dit liefhebbersteam is zeker niet vreemd aan de teloorgang van de andere stam van sporting ternat, namelijk "Sparta Ternat". Sparta was op zijn beurt de vrucht van twee teams die tot aan het eind van de tweede wereldoorlog in Sint Katharina Lombeek en Ternat een zeker succes hadden gekend. Voor Lombeek was dat toen Red Star en voor Ternat, het in 1932 opgerichte Sparta . In 1944 kreeg dat Sparta zelfs de hoogste voetbalonderscheiding na de beker van Belgie namelijk "de schaal van Vlaanderen". Zij speelden op dat ogenblik zelfs internationale wedstrijden. Zo werd op 11ember 1944 - ter herdenking van het einde van de eerste wereldoorlog zelfs een wedstrijd gespeeld tegen de engelse soldatenploeg ROYAL ENGENEERS. Beide ploegen fusioneerden in 1945, na de inbeslagname van de Vlaamse voetbalbond door de K.B.V.B., en sloten zich aan bij deze bond onder het nummer 4982. Bij haar oprichting kon Sporting Ternat het stamnummer bij de K.B.V.B.van de teloorgegane fusieploeg niet overnemen. Er moest dan ook een nieuw aansluitingsnummer worden gevraagd wanneer Sporting Ternat wilde aantreden in een officiéle competitie. Theofile Boeykens heeft deze administratieve klus geklaard en op 16 augustus 1950 werd aan de secretaris van de club, Remi De Ras, uiteindelijk meegedeeld dat de aansluiting van Sporting Ternat was aanvaard. Sporting bekwam het stamnummer 5368. De liefhebbersploeg geruggesteund door de bestuurs- en sportieve ervaring van een aantal ex- spartanen kon nu aan zijn eigen uitbouw volop beginnen. Onder meer Frans Nieuwlandt speelde daarbij een belangrijke rol; hij was immers tegelijkertijd speler en schatbewaarder toen sporting in september1950 aan zijn eerste officiële competitie begon. De voornaamste titularissen van de ploeg die de competitie aanving in de toenmalige laagste derde provinciale afdeling waren: in het doel Willy Thyssens, achteraan Willy Moens, Gust De Vits, Armand Kestens en Frans Nieuwlandt . Vooraan kwamen André Roelandts, François Van Rampelbergh, Pierre Pauwels(binda), René De Smedt en Georges Van Hemmes meestal aan de aftrap. Velen betreurden op dat ogenblik het vertrek van Louis De Saeger, die één van de grootste beloften was uit het liefhebbersteam, maar die inmiddels aangesloten was bij Racing Mechelen. Hij was naar mijn weten de eerste ternattenaar die ooit in eerste nationale voetbalde. Louis zal echter later in het begin van de zestiger jaren nog terugkeren naar sporting als speler-trainer om tenslotte in de late negentiger jaren ook nog bestuurslid van sporting te worden. Sporting had inmiddels zijn terrein aan de Keizerstraat moeten verlaten, bij gebrek aan infrastructuur en had nu een onderkomen gevonden aan de Nattestraat. Aan de verpichting om over kleedkamers te beschikken werd voldaan met de oprichting van twee houten barakken, in elkaar getimmerd door vader en zoon De Meyer. Het lokaal was intussen verplaatst van de Café van Blokkes naar de Café Kruikenburg (Bij Camile Roesems) die korter gelegen was bij het speelveld. Tevens maakte de aangenomen zoon van Camille, Georges, deel uit van de ploeg. Damiaan De Saedeleer was voorzitter van de club tijdens dit eerste competitiejaar, maar Theo Boeykens werd sedert 24 januari 1951 opnieuw secretaris. Jef Mertens kwam Frans Nieuwlandt vervangen als penningmeester sinds 10 september 1951. Theo Boeykens, waarvan voetbal slechts één van zijn vele passies uitmaakte, werd op 5 juli 1951 defintief vervangen als secretaris door Robert Van De Maele (de witte kleermaker). We vinden den boy sedertdien niet meer terug in een uitvoerende functie in het bestuur van sporting. Toch weten we dat hij nog jaren zal opduiken op en rond het speelveld, hetzij als scheidsrechter voor het jeugdvoetbal, hetzij als heetgebakerd supporter. Tijdens het competitiejaar 1951-52 kreeg Sporting opnieuw te kampen met infrastructuurproblemen. Er werd dan ook tijdens de tweede helft van de competitie noodgedwongen gezocht naar een nieuw terrein. Uiteindelijk kon de club een terrein huren van de weduwe Walckiers-De Leener aan de toenmalige Essenestraat, thans Donkerstraat, grenzend aan de spoorweg. De verpaatsingen maakte sporting toen reeds met de bus. Dit was in die tijd niet zonder gevaar. Op weg naar een wedstrijd in Eppegem is ooit eens de stuurinrichting van de bus begeven; de chauffeur kon toen kiezen tussen twee plagen. Ofwel reed hij in het kanaal, ofwel knalde hij tegen de huizen; In een vlaag van ongekende helderheid koos hij resoluut voor de huizen en strandde aldus tussen twee paaltjes. Deze keuze behoede sporting voor een menselijke tragedie en Gieleken, de uitbater van de bus, voor een financieel debacle. In de loop van het seizoen 1953-54 werd het bestuur gewijzigd en werd Albert Raspé de nieuwe voorzitter, Emile Coppens werd zijn secretaris en Léon D'Haese werd de penningmeester. Emile Coppens zou die functie blijven bekleden tot in 1979 en zou ze na het overlijden van Léon D'Haese zelfs een tweetal jaar cumuleren met de functie van schatbewaarder. Tot op vandaag is Miel Coppens niet aleen één van de trouwste supporters van de sporting gebleven, maar daarbij is hij nog steeds een zeer waardevol administratief en sportief raadgever voor elk uitvoerend bestuur. Alzo werd op 12 mei 1954 voor het eerst een oude Sparta-man voorzitter van Sporting. Albert Raspé, postbode in zijn beoepsleven, was immers voorzitter van Sparta geweest tot het einde van de wereldoorlog. Sporting was inmiddels in 1952, na een zege in een eindronde tegen Kapelle-op-den-Bos met 3-0, gepromoveerd naar 2de provinciale waar het echter een moeizame strijd voor het behoud moest voeren. Dit belette niet dat het dat jaar de leider in 2de provinciale, onze buren uit Asse, het leven extra moeilijk gemaakt had in een derby, die uiteindelijk toch met 2-1 verloren werd. Het behoud zou in 1953-54 verzekerd zijn geworden door een overwinning op Green Star dat het Ternat weliswaar niet al te moeilijk had gemaakt . Toen Ternat maar niet wilde scoren, duwde een speler van Green Star dan ook maar zelf de bal in de goal tijdens een corner-scrimmage. De overwinning werd door spelers en supporters uitbundig gevierd in het clubcafé van Green Star en het feest duurde tot laat in de avond en tot de laatste druppel... bier. In tweede provinciale werd steeds gevoetbald onder massale belangstelling. Derby's waarbij 1000 toeschouwers aanwezig waren, waren geen uitzondering, De absolute kaskraker van dat ogenblik was een Ternat- Liedekerke waar bijna 2000 betalende aanwezigen waren. Ternat leek voor de gelegenheid herschapen in het tien-an-men plein toen de horden liedekerkse supporters, allemaal met de fiets, afzakten vanuit de Dendergemeente. Bij de tenoren van de beginperiode waren inmiddels Hubert Broeders (bak), Michel Platteau, André D'Haese, André Roelandt, Ghislain Pletinckx, Rieke De Geyndt, Achiel De Wolf, Jean François, Maurice Roesems (den blanche), doelman Jean De Geyndt, ... bijgekomen. Ook dokter De Vos, die later nog voozitter werd van S.K Lombeek, trad af en toe aan in het ere-elftal. Dit was ook het geval voor Dolfken De Valck die in de zeventiger jaren samen met zijn vrouw Lisken het clublokaal uitbaatte. Beiden stonden altijd klaar met een frisse pint en met een gewillig oor voor elke voetballer en supporter, die zijn ontgoocheling niet kwijt kon na weer een verloren wedstrijd. De onbetwistbare superspits van het ogenblik was nog steeds de Fa, die Ternat tot op het einde van de vijftiger jaren onschatbare diensten zou bewijzen. Noch de Fa, noch het aantrekken van Pierre Figeys, een gewezen Anderlecht-doelman, als oefenmeester heeft echter kunnen beletten dat sporting de tweede helft van de vijftiger jaren moest doorbrengen in derde. Stilaan kwam in die periode ook een nieuwe generatie voetballers aan bod, die allen gevormd werden door iemand die altijd hoog aangeschreven geweest is in voetbalminnend Ternat, namelijk Jean De Ridder. Van de oude garde bleven toen nog alleen Frans Nieuwlandt en François Van Rampelbergh overeind. Zij werden aangevuld door jong plaatselijk talent zoals in het doel Maurice Thyssens (Maurice van pros), Marcel Rollier, Franske Van Bleyenberg (baliènken) en René Minner. Minner speelde voetbal tot het midden van de jaren zestig om vervolgens schatbewaarder te worden van de club en tenslotte voorzitter. Van Minnerke was geweten dat hij een behoorlijke middenvelder is geweest maar ook dat hij dat graag combineerde met een glaasje en een dansje. Vaak kwam hij dan ook van de balzaal naar de kleedkamer. Zo zou hij na één van zijn nachtelijke escapades eens de liedekerkse doelman niet alleen getracteerd hebben op twee doelpunten, maar tevens met de resten van het nachtelijke bier op zijn keepersshirt. De ploeg had in die jaren ook een behoorlijk uitgebouwd en gestructureerd bestuur met figuren die nog voor jaren in Ternat het beleid voor en achter de schermen zullen bepalen. We denken hierbij vooral aan Gust De Vits, Jean Rollier, Gustaaf Mattens, Guillaume Hellinckx, Emile Coppens, Albert Rogiers, Henri Convents, Roger Saerens, Raoul Solheid, Raymond Mattens (Raymond de coiffeur), ... Dit bestuur zal ook voor altijd verbonden blijven aan de organisatie van sportfeesten waar lokale sportcorifeeën zoals Frans Nieuwlandt en Jean De Ridder zich lieten intervieuwen door gekende jourrnalisten van de dagbladpers. Deze avonden werden meestal nog extra opgeluisterd met de aanwezigheid van grote nationale sporters zoals Jef Mermans of Rik Van Steenbergen. De grootste verdienste van dit bestuur is nochtans dat onder haar heerschappij de jeugdwerking van sporting definitief werd op gang getrokken. Aldus werd in 1956-57 een scholierenelftal opgestart, in 1959- 60 een juniores-elftal en in 1960 een kadettenploeg. Desalniettemin ontving dit dynamisch bestuur in 1957 de onheilstijding dat haar veld gelegen aan de huidige Donkerstraat bij de spoorweg, niet langer beschikbaar zou zijn. De eigenares zou haar gronden willen verkopen aan het metaalverwerkend bedrijf de N.V. Preflex. Voorzitter Albert Raspé, oud-leerling van de broederschool en zeer goed bevriend met broeder Florent, bepleitte noodgedwongen de zaak van de sporting bij de broeders. Het overleg voor de aanleg van een nieuw veld zou heel wat voeten in de aarde gehad hebben, maar werd toch succesvol afgerond aan de vooravond van het voetbalseizoen 1958-59. Het leverde aan Broeder Florent zowat de titel op van patroonheilige van sporting ternat. Hij hield er een foto aan over in het clublokaal tot op de dag van vandaag, Sporting kon mede dank zij hem over een terrein van de broeders beschikken vanaf 1 september 1958 gelegen aan de hoek van de T'Serclaesstraat en de Stationsstraat. Het terrein werd tot voor kort gebruikt als stort voor het gemeentelijk huisvuil en de inrichting van het speelveld vereiste dan ook belangrijke aanpassingswerken waarbij zelfs kranen en bulldozers aan te pas kwamen. De financiering daarvan was niet altijd evident en vele sympathisanten moesten dan ook in hun eigen portomonee tasten. Het stade Léon D'Haese, genoemd naar de in 1956 overleden penningmeester van de Sporting, werd officieel geopend op 28 september 1958. De opening was een gemeentelijke gebeurtenis die van een ruime belangstelling kon genieten en zelfs de zegen genoot van de toenmalige pastoor E.H. Lepoutre. De aftrap van de eerste match werd gegeven door de toenmalige burgemeester van Ternat, dokter Evenepoel. HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1960 - 1970 Op 30 september 1960 mocht sporting één van zijn belangrijkste trofeeën vieren. Zij waren laureaat geworden in de wedstrijden ingericht door de brouwerij Ginder-ale en het Nieuwsblad en mochten hiervoor "de gouden bal" ontvangen. De zestiger jaren zijn echter voornamelijk het begin geweest van een tijdperk waarin er niet meer voor teruggedeinsd werd om ook niet ternatse spelers op te nemen in de ploeg. Er werd ook talent aangetrokken van ver over de gemeentegrenzen en de semi-professionalisering van het provinciaal voetbal deed sluipend zijn intrede. De tijden waarin alleen gespeeld werd voor een gratis drankbonnetje en de eer waren definitief vervlogen. Alzo werd de ploeg van het begin van de jaren zestig gestoffeerd door mannen als d'Hulster, Albert De Groodt, Albert Heyvaert, De Vliegher, Xavier De Wachter, Disiré De Ryck (dissen), Albert De Raeymaker, de anderlechtse keeper Bolleyn en Firmin Van Schaftingen. Toch bleven er ook nog altijd enkele plaatselijke vedettes om de belangstelling van de supporters op peil te houden. In deze ploeg die eerst onder leiding stond van Jean Valet en later Mainke Vanden Houtte vinden wij aldus ook onder meer Roger De Breucker, Franske Van Bleyenberg, Fonske Vonck, Jules Claes, Jef Laurent en Willy Roesems terug. Een bijzondere figuur in deze periode is ontegensprekelijk Nico Dillens. Nico was oorspronkelijk voor één jaar aangetrokken door Emile Coppens en Gust De Vits vanuit het prestigieuze Anderlecht. Louis De Saeger aan wie gevraagd werd, na zijn succesvolle carrière in Racing Mechelen en later Houdeng, om de rol van trainer-speler te vervullen voor het seizoen 1962-63, was in bekoring van dit fenomeen en zorgde er later voor dat Nico uiteindelijk na enkele seizoenen opnieuw terecht kwam waar hij thuis hoorde. Dillens was immers op eerder toevallige wijze in Ternat verzeild geraakt na zijn legerdienst. Deze klassespeler die met de allergrootsten van die tijd (Jef Jurion, Paul Van Himst) de jeugdreeksen van Anderlecht had doorlopen, was immers onmiskenbaar enkele maten te groot voor sporting en trad vanaf het seizoen 1964-65 dan ook volkomen terecht aan bij Racing Mechelen met wie hij onmiddellijk promoveerde naar eerste klasse. Nico Dillens nam zelf een twintigtal doelpunten voor zijn rekening. Oudere ternatse supporters bewaren in elk geval aan hem nog altijd een heel goede herinnering. Dillens was niet alleen een speler met een heel groot voetbalinzicht. Hij had daarbij ook nog het echte goalgettersinstinct Zo scoorde hij ooit in een wedstrijd Ternat-Meise niet minder dan 8 doelpunten. De einduitslag was 9-3 geweest. Tijdens de zestiger jaren speelde sporting onafgebroken in derde provinciale, met uitzondering van de seizoenen 1960-61 en 1964-65 waarin ze in tweede optraden. Zij promoveerden telkens na een eindronde. In 1960 was de promotie te danken aan een overwinning op Wilsele met 0-1 uit een doelpunt van Frans Plas en in 1964 stegen ze nadat ze tweede eindigden in de competitie na U.S. Laken. Nochtans bleek vlug dat tweede provinciale nog te hoog gegrepen was, en Sporting hield er dan ook maar één seizoen stand. Op bestuursvlak waren de zestiger jaren gekenmerkt door een grote stabiliteit. Emile Coppens was onafgebroken secretaris, Albert Roziers bleef schatbewaarder en sedert mei 1964 was Jean Rollier de voorzitter. Onder trainers Jean De Ridder en Jean Vallet, meldde zich midden van de jaren zestig, naast een aantal vaste waarden in de ploeg zoals wijlen Dolfke Maes, Felicien De Vos, Roger De Breucker, een lichting ternatse jonge spelers, die in de jaren zeventig het ternatse voetbal een belangrijke lifting zou geven. Wij denken dan voornamelijk aan André Sergeant, Etienne De Leu, Rik Van De Velde, Jef Van Vaerenbergh, Louis Maes, doelman Jean-Louis Rossel ... Allen speelden zij in de eerste ploeg voor ze hun legerdienst deden en in het jaar1966 toen zij onder de wapens moesten hield sporting dan ook zijn hart vast. Zij speelden eind van de zestiger jaren in een elftal met de bijna legendarische keeper Eddy Gysens, die de al even verdienstelijke Rossel al te vaak in de schaduw stelde, en een haast niet te kloppen achterlijn waarvan Frans Van Limberghen, Ghislain Stijlemans en Pierre Van Mulders (pie van kloemp) de rotsen in de branding waren. De voor- en middenlijn werd gedragen door Louis Maes en was gekleurd - en dat moet letterlijk genomen worden - met twee Henry's, waarvan Henri Popagassi het dribbelvermogen had van Rik Coppens en de snelheid van een jachtluipaard, maar al te vaak faalde bij de afwerking. HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1970 - 1980 Begin van de zeventiger jaren werd onder leiding van Danny De Praetere en vervolgens onder oude glorie Willy Moens een nagenoeg volledige ternatse kern uitgebouwd. Toen humbekenaar Hugo Moens tijdens het seizoen 1971-72 de ploeg in handen kreeg, waren de fundamenten van het kernelftal dan ook al grotendeels gelegd. In die periode was bijna de helft van de ploeg afkomstig van de cité of was er op dat ogenblik woonachtig. André Sergeant, François Vanderstraeten (den belg) en de iets jongere middenvelder Roger Van Rossem waren nagenoeg buurjongens geweest in de oude L. Cantillon-wijk, terwijl Ghislain Stylemans, Jean-Marie Everaerts en André De Donder allen hun intrek hadden genomen in de nieuwe wijk van de toenmalige sociale huisvestingsmaatschappij "kleine landeigendom" aan de overkant van de Brusselstraat . De ploeg had vervolgens ook nog Etienne De Leu, Jef Van Vaerenbergh, aan wie sommigen het talent van veelvoudig gouden schoenwinnaar Wilfried Van Moer toematen, François Van Cauwenbergh, Pierre Van Mulders en Jef Boelpaep als vaste pionnen. In de spits werd af en toe ook beroep gedaan op Willy Cieters, die zijn mindere balvaardigheid compenseerde door snelheid. Intussen verwierven ook stilaan Philippe Wijns en Jan De Vits een vaste stek in het elftal. Voor het seizoen 1971-72 werd dan ook luidop gedroomd van een eerste kampioenstitel. De vorige promoties van Ternat naar tweede provinciale waren immers steeds tot stand gekomen via eindrondes. Nog nooit had Ternat dan ook de vreugde van een kampioenstitel mogen smaken. De kern van ternatse spelers was intussen versterkt door de franstalige galante doelman Jean Miclotte, de scherpe pamelse spits Rik Baldé en wambeekse goalgetter René Blommaert. Met nieuwjaar 1972 scheen ternat haar titel ambities te kunnen waarmaken en stond het samen aan de leiding met Hekelgem met 24 punten. Een zelfverzekerde schatbewaarder Emile Coppens vertolkte in een artikel van Het Laatste Nieuws van 13 januari de gemoedstoestand met de woorden "als we nu het geluk hebben om naar tweede te promoveren krijgt er ons niemand meer uit". Eind januari 1972 begon de ternatse motor echter reeds te sputteren. Een thuisnederlaag tegen de buren van S.V.Asse luidde de neergang in. Den belg wijdde deze nederlaag niet zo zeer aan de mindere vorm van het elftal, maar aan brute pech. Hij lanceerde dan ook maar meteen de uitspraak dat Ternat zeker kampioen zou worden, moest de goal vijf centimeter breder zijn geweest. De goalen werden echter niet breder gemaakt en sporting strandde op de vierde plaats met 44 punten. Hekelgem werd dat jaar kampioen en zou nooit meer in derde voetballen. Het seizoen 1972-73 startte Ternat in topvorm. De eerste vier matchen werden gewonnen en Sporting scoorde 12 maal. Kapelle Sport, waar twee ex-ternattenaren intussen onderdak hadden gevonden (Frans Van Limberghen en Franske Van Bleyenberg) werd afgepoeierd met 0-3. Abslolute topscorer op dat ogenblik was Néke Blommaerts. Hij maakte 6 doelpunten in vier wedstrijden. Vanaf november loopt het echter opnieuw minder vlot bij sporting. Zoals zo vaak het geval is, doen de derbymatchen, waaraan derde provinciale zo rijk is, Ternat de strop om. Tegen Wambeek, voor wie intussen François Van Cauwenbergh optrad, moest genoegen genomen worden met een gelijkspel, tegen Asse werd verloren met 1-2 en tegen Blauw-Wit Lombeek werd eveneens verloren met 3-2. Ternat, zoals elk jaar titelkandidaat, pakte opnieuw naast de prijzen en moest machteloos toekijken hoe S.V. Asse in 1973 de titel pakte. Dit belette niet dat het voetbal in Ternat in die vroege zeventigerjaren een bloeiperiode kende. Dit was niet in het minst te wijten aan het stabiel bestuur van sporting waarin Gust De Vits, Armand Kestens, Emile Coppens ... de begeesterende rol bleven spelen. Hun politiek van aanwerving van spelers had er toe geleid dat de spelerskern een groep was van "gezworen kameraden" die heel wat stormen kon trotseren. Vele spelers van die tijd zijn nog steeds terug te vinden in het sportingwereldje van vandaag als medewerker of supporter. André De Donder werd later herhaalde keren hulptrainer om tenslotte voorzitter van het jeugdbestuur te worden. André Sergeant werd een verdienstelijk jongerentrainer. Pierre Van Mulders is nog steeds een trouwe medewerker van het jeugdbestuur. Jef Van Vaerenbergh en François Van Der Straeten zijn nog steeds kritische maar toch loyale supporters. Anderen van deze generatie zijn eveneens lang van onschatbare waarde geweest. Ghislain Stylemans vinden we later nog terug als trainer en vanaf 1986 tenslotte als secretaris van het elftal. Eind 1990 werd Ghislain het slachtoffer van een zwaar verkeersongeval, hetgeen hem er toe dwong elke sociale activiteit voor jaren te stoppen. Tenslotte zou Jean Van Pottelsberghe, die nog in Crossing Schaarbeek gevoetbald had, enkele seizoenen later trainer worden van sporting in tweede provinciale, nadat hij eerst zijn sporen had verdiend als jeugdtrainer. Een plaats apart in deze gallerij bekleedt ontegensprekelijk ook Etienne De Leu. Tienne was op zijn twintigste reeds kapitein van de ploeg en eenieder die in Ternat voetbal kende was er in die tijd van overtuigd dat hij reeksen te laag speelde. Toen Sporting Anderlecht in 1972 Hugo Broos van Humbeek aantrok, waren vele supporters er van overtuigd dat Tienne goed genoeg was voor Real Madrid. Hijzelf heeft het heisa rond het voetbal altijd weten te relativeren en is tot zijn veertigste sporting trouw gebleven, in tegenstelling tot zijn zoon Nico die in het midden van de negentiger jaren reeds als jeugdspeler van Ternat naar R.W.D.M getransfereerd werd. De ploeg voetbalde in die periode niet alleen sterk, er werd ook hard gedronken en gepast feestgevierd. Het was immers de periode van de sportingbals, waarvan het meest memorabele wellicht het bal was met Marva in de garage Citroën van Florent De Geyndt, naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van sporting in 1972. De zaal zat afgeladen vol met 850 zitplaatsen. Stoelen moesten door transport De Vits zelfs aangerukt worden vanuit Merchtem. Deze bloeiperiode wierp uiteindelijk in het seizoen 1974-1975 haar sportieve vruchten af !!! Sporting werd kampioen onder het voorzitterschap van Gust De Vits met André Macharis als trainer, die werd aangetrokken van bij Black Star. De ploeg had een stevige basis met anciens als Jean Van Pottelberghe, Etienne De Leu en André Sergeant. Zij beschikte daarnaast over jong talent als Julien Hellinckx, in de spits, en Filip Schoukens, een stevige back die later ook nog aan zijn trekken zal komen in S.K.Lombeek. Tot de vaste kern van die kampioenenploeg behoorden ook keepers Rudi Van Rampelbergh en Albert De Kimpe, Maurice Nerinckx, een aanvallende middenvelder, Françis Tielemans, een vleugelspeler met uitzonderlijk talent, Rik Van De Velde, een hardwerkende middenvelder, Christian Bini, een behoorlijk snelle spits, en Néke Hellinckx, die in zijn bloeiperiode vergeleken werd met het duitse voetbalwonder Netzer en die tot op vandaag veldafgevaardigde is van Sporting. Marcel Raspé (de witten) die later nog onschatbare diensten zou bewijzen als jeugdbegeleider en medewerker, trad in dat kampioenenjaar ook een paar keer aan de aftrap. Marcel kwam begin 1999 om het leven in een onbegrijpelijk treinongeluk, toen hij na een van zijn traditionele voetbalweekends in Ternat, op zondagavond met de trein naar zijn appartement in Sint Agatha Berchem spoorde. Zijn uitvaart was één van de pijnlijke hoogtepunten van de geschiedenis van de voetbalploeg en uit diepe erkentelijkheid werd vanaf 1999 het sinksen- jeugdtornooi dan ook terecht naar hem genoemd. In dat kampioenenjaar hadden ook de piepjonge Patrick De Valck en Ludo De Bolle hun intrede gedaan in het ere- elftal. Van Ludo De Bolle (Vasco) werd vrij veel verwacht, maar het voetballersleven eiste van deze pallieter een discipline die hij zichzelf moeilijk kon opleggen. Jos De Vits, zoon van de toenmalige voorzitter, zette in dat jaar zijn eerste stappen in de eerste ploeg, Van Jos De Vits bleek echter vlug dat zijn mogelijkheden verder reikten dan tweede provinciale. Hij verliet sporting dan ook snel voor S.K. Halle en het duurde tot het seizoen 1993- 94 voor hij opnieuw de ternatse kleuren droeg, na ook nog voor Merchtem en Zuun aangetreden te zijn. Sedert zijn terugkeer werd Jos zowat de éminence grise van de spelerskern, een functie die hij bleef waarnemen tot hij op het einde van het seizoen 1998-99 belast werd met een mandaat van sportief verantwoordelijke door het voltallig bestuur. De sportieve, financiele en algemeen ondersteunende waarde van vader en zoon De Vits in het leven van sporting kunnen moeilijk voldoende onderstreept worden en de hele ploeg was dan ook in diepe rouw gedompeld toen Gust in 1999 op 68-jarige leeftijd definitief aan al de zijnen en aan sporting noodgedwongen vaarwel moest zeggen na een slepende ziekte. Tijdens het seizoen 75-76 bleef André Macharis als trainer. De kern werd versterkt met Ternattenaar Danny Van Belle, die na een omweg bij Halle weer in Ternat verzeilde, en het lombeekse enfant-terrible Theo Pouliart, die schitterende matchen afwisselde met onbetwistbare missers. Zijn entree had Theo In elk geval had niet gemist. Na vijf matchen had Sporting immers tien op tien en had de markante linksvoor elke keer gescoord. De verwondering was dan ook groot, en niet in het minst bij Theo zelf, toen hij de zesde competitiematch op de bank moest beginnen. In de tweede helft van de jaren zeventig hield sporting behoorlijk stand in tweede provinciale. De tenoren van de ploeg, die onder de leiding stond van Jean Van Pottelberghe, bleven voornamelijk Etienne De Leu, André Sergeant, Rik Van De Velde, aangevuld met Marcel Kestemont van F.C Ruisbroek, François De Weghe van F.C. Liedekerke en ook nog steeds Maurice Nerinckx. De keepers uit die periode waren voornamelijk Gilbert De Schepper en later Chris Van Marcke, die begeleid werden door De Vreught. Van deze ploeg maakten ook nog Norbert De Troch, die later voor Hoger Op Merchtem uitkwam, Ronny Van Petegem en Filip Schoukens deel uit. Het was ook de tijd dat Ternat beschikte over een Vander Elst-brother, namelijk Jean- Paul, die zijn naam alle eer aandeed en één van de degelijkste en vooral regelmatigste middenvelders van tweede provinciale C mocht genoemd worden. De zeventiger jaren werden op 30 december 1979 afgesloten met een jubileummatch tegen H.O. Merchtem ter ere van André Sergeant. André werd op dat ogenblik door zijn ploegmaats, bestuur en supporters gehuldigd voor zijn 10 jaar trouwe dienst aan Sporting. Terecht werd ook zijn vrouw bij de hulde betrokken. Van "lieveke" is geweten dat zij met André en met sporting heel veel geduld heeft moeten hebben, hetgeen zij tot op vandaag steeds met de glimlach heeft blijven doen. Nog steeds steunt zij immers, met woord en daad, zowel de jeugd als het eerste elftal in goede en kwade dagen. Na jaren voor André te supporteren, doet zij thans met evenveel overtuiging hetzelfde voor haar zoon Kenny, die sedert het seizoen 1998-99 eerste doelman werd van sporting. HISTORIEK SPORTING TERNAT : 1980 - 1990  In het begin van de tachtiger jaren bleef Sporting steunen op haar vaste waarden, Etienne De  Leu, André Sergeant en Rik Van De Velde, wiens broer intussen een mooi voetbalpalmares aan  het opbouwen was.  Jean- Pierre Van De Velde werd destijds als kadet getransfereerd naar Anderlecht en raakte er  zelfs tot in het eerste elftal. Na een prachtige voetbalcarrière bij ploegen als Union en Ninove,  maakte Jean-Pierre het echter vooral waar als trainer, waarvan de hoogtepunten gelinkt waren  aan de loopbaan van Aad De Mos, eerst als derde trainer van Anderlecht en vervolgens als  hulptrainer van Standaard Luik. Jean-Pierre had ook heel veel verdienste bij de doorbraak van  S.K. Lombeek van eerste provinciale naar bevordering. De banden die Pie op die manier met  Lombeek heeft gesmeed hebben vader Jef Van De Velde nooit belet om tot vandaag één van de  trouwste supporters van sporting te blijven. Hij laat dan ook niet na om met het ternats  sinksentornooi, als Jean-Pierre bij hem op bezoek komt, om hem af en toe mee te tronen naar  het bescheiden ploegje waar voor hem ooit alles begon.  In deze ploeg van de beginjaren tachtig vinden we ook nog Philippe Wijns, Jean-Paul Vander  Elst, Norbert De Troch, Ronny Van Petegem en de gebroeders Françis en Leon Hannaert terug.  De ploeg werd daarbij versterkt met de ervaren Pierre Van Vaerenbergh en een aantal jongeren,  zoals Johny De Neef.  Vanaf 1981 stond de ploeg onder de leiding van speler-trainer Tienne Tackaert, die niet alleen  heel wat werk opknapte op het middenveld, maar daarbij ook geregeld scoorde. Vanaf het  seizoen 1982-83 verschenen ook Frank Wauters, Danny Bauters en Joost Boudry voor het eerst  geregeld aan de aftrap. Norbert De Troch, die net geen tien jaar in de eerste ploeg zou spelen,  ondersteunde nog steeds mee het middenveld. Norbert zou uiteindelijk zijn loopbaan in Ternat  in 1988 afsluiten als hetgeen toen een stopper genoemd werd.  Ook op bestuursvlak veranderde heel wat in de eerste helft van de tachtiger jaren. Nadat Gust  De Vits heel even opgevolgd was door Armand Kestens, werd vanaf juni 1982 René Minner  uiteindelijk voorzitter van sporting, nadat hij voordien reeds speler en schatbewaarder was  geweest. Als schatbewaarder werd Minner opgevolgd door Emile De Deckers, wiens schaduw  sedertdien onafgebroken over de ploeg hangt. Miel beheert de ternatse financien met ijzeren  hand en bekleedt in die functie meer dan een sleutelpositie in de ploeg. Hij heeft dan ook in al  die jaren het enthousiasme van menig trainer moeten temperen en de ambitie van weer een  nieuwe voorzitter aan banden moeten leggen. Wellicht heeft hij aldus de club voor enkele  gevaarlijke avonturen behoed. Van 1982 tot 1986 was Hubert Borremans secretaris van de club.  Hij werd daarna opgevolgd door Ghislain Stylemans tot op het ogenblik dat hij zijn  verkeersongeval kreeg.  Het basiselftal bleef medio van de tachtiger jaren opgebouwd rond Norbert De Troch, Frank  Wauters, Jean-Paul Vander Elst en, niet te vergeten, Marc Tassenoy. Tassenoy was op dat  ogenblik niet alleen de draaischijf van de ploeg, hij pikte ook af en toe nogal vlot een goaltje  mee. Van deze ploeg maakten ook nog steeds Danny Bauters, Peter Van Cauter, Léon en  Françis Hannaert en Ludo Borremans deel uit.  Trainer Ghyslain Stylemans, die de ploeg sinds 1983 onder zijn hoede had, wijdde de tijdens het  seizoen 1984-85 uitblijvende resultaten deels aan blessureleed, maar vooral aan gebrek aan  winnersmentaliteit. Zodra dergelijke uitspraken de wereld ingestuurd worden, heeft iedereen het  wel begrepen. Het is tijd voor een trainerswissel.  In 1985, nadat Sporting met moeite het behoud in tweede C had verzekerd, werd Ghislain dan  ook opgevolgd door de meest prestigieuze trainer die Ternat ooit aanwierf. De ere-klasse  nederlandse doelman Jan Ruiter, die een sportzaak had geopend in Ternat, had graag de paars- witte of wit-zwart-rode kleuren van R.W.D.M geruild voor het rood-wit van ons provinciaal  clubje. Hij gaf vervolgens ontegensprekelijk aan Ternat enige mooie sportieve jaren. Onder hem  werd de semi-professionalisering van het provinciaal voetbal verdergezet.  Sinds 1984 had de club reeds een eigen paramedische begeleider aangetrokken in de persoon  van kinesist Marc Jans. Marc bekleedde de functie onafgebroken tot 1999 en was in al die jaren  niet alleen uitgegroeid tot een onmisbare verzorger van zere knieën, spieren en pezen, maar ook  tot een volleerd voetbaldeskundige. Marc gaf echter slechts zijn mening wanneer hij daarom  uitdrukkelijk gevraagd werd. In tegenstelling tot heel wat vermeende voetbalkenners kon Marc  steeds op genuanceerde wijze zijn mening zeggen over het spel met het balletje, zonder daarbij  te vervallen in kwetsende of overdreven enthousiaste retoriek.  Onder Jan Ruiter maakten ook heel wat nieuwe jongeren hun reëel debuut. Zij werden ingezet  naast een aantal talentvolle spelers die aangetrokken werden van andere clubs, zoals  bijvoorbeeld Antonio Barsanti van Ganshoren en François Van Rossem van Wambeek.  Onder deze jongeren bevonden zich de gebroeders Jurgen en Rudi De Donder, die begenadigd  met het talent van hun vader, snel een plaatsje inpikten in het eerste elftal. Rudi, die vanaf zijn  eerste seizoen in de kern geregeld scoorde verdedigt thans, na enkele omzwervingen in  Eizeringen, Wambeek en Essene, opnieuw de ternatse kleuren als hulptrainer van het eerste  elftal. Hij werd steeds gerekend bij de vaste waarden van het ternatse elftal.  Van deze nieuwe lichting maakte ook Gunther Vandersmissen uit. Gunther was een uiterst  gemotiveerde mandekker met een hart voor de club, hetgeen hem tot één van de troetelkinderen  van sporting maakte. Toen hij enkele jaren later Sporting inruilde voor Scup Jette, werd hij na  een ongeluksjaar vol met blessures, in 1997 opnieuw opgenomen in het ternats elftal. Het was  dan ook voor eenieder een harde klap toen Gunther aan de vooravond van het seizoen 1998-99  totaal onverwachts aankondigde dat hij zou stoppen met voetballen.  Ook Jan De Bot, een linkerflankspeler, behoort tot deze inmiddels oude getrouwen van  Sporting. Ook hij zal na enkele omzwervingen uiteindelijk terugkeren bij Sporting in de tweede  helft van de negentiger jaren. Jan bleef echter niet gespaard van blessureleed en moest tijdens  het seizoen 1998-99 het merendeel van de matchen noodgedwongen volgen vanop de tribune.  In deze late tachtiger jaren beschikte sporting wellicht over de meest getalenteerde voorlinie van  haar geschiedenis. De supersnelle Liedekerkse aanvallers Milko Van De Winkel en Johan  Asselman, bijgestaan door de zeer kopbalsterke en technisch vaardige Frank Wauters, speelden  toen de pannen van het dak. Tijdens de drie seizoenen te rekenen vanaf september 1987 tot april  1990, die Johan Asselman en Frank Wauters in de spits speelden, maakten zij samen niet  minder dan 92 goals !!! Het was in die tijd dat Ternat, Eendracht Lennik, dat toen noch geleid  werd door de latere ternatse trainer Guy Denil, inblikte met 7-0 en Erps-Kwerps naar huis  stuurde met 8-2. Dit ontlokte aan de lokale sportpers de bedenking dat in Ternat de goals  momenteel maar 8 frank kosten. De toegangsprijs van 80 frank gedeeld door 10 ! Ouderwetse  uitslagen waarvan sporting later alleen nog maar zal kunnen dromen. Deze voorlinie werd  ondersteund door een solide verdediging waarvan Jurgen De Donder en voornamelijk ook de  voortreffelijke keeper Patrick Merckx de grendels waren.  Onafgebroken nestelde Sporting zich dan ook in die jaren in de kop van tweede provinciale,  zonder weliswaar ooit echt mee te dingen voor de titel. Trainer Michel De Coster, die zich liet  bijstaan door vader De Donder als hulptrainer, wijdde dat laatste vooral aan een gebrek aan  mentale sterkte. Michel De Coster zal zich later vooral bezighouden met de jeugd en zal op die  wijze een elftal klaarstomen, waarvan verwacht wordt dat het Ternat in de 21ste eeuw moet  kunnen stuwen naar hogere regionen.  Het einde van de tachtiger jaren viel ook nog samen met een belangrijke verbetering van de  infrastructuur. Mede door de steun van het gemeentebestuur was Sporting er in geslaagd om in  1988 voldoende fondsen te verzamelen om een modern sanitair blok uit te bouwen met een  comfortabele administratieve ruimte. Traditiegetrouw werden de gebouwen ingewijd door  deken De Ridder. Ternat tuimelde het laatste decennium van de vorige eeuw in met heel wat ambitie. 40 jaar  sporting werd dan ook in 1990 tijdens de zomer herdacht met een propagandawedstrijd van  formaat. Op 23 juli werd aldus in het stadion Léon D'Haese R.W.D.M - Eendracht Aalst  gespeeld.  Een belangrijk gedeelte van de nieuwe dynamiek werd onmiskenbaar op gang gebracht door de  familie Wauters, die vertegenwoordigd waren in alle geledingen van de ploeg. In het bestuur kon  men Pierre De Hertogh, Georges Wauters, François Vandersmissen en de kersverse voorzitter  Jean Wauters terugvinden, en op het veld sloot Gunther Vandersmissen de verdediging, terwijl  Frank Wauters nog altijd voor de doelpunten zorgde. In 1991 zou jongste broer Fréderic het rijtje  nog komen vervolledigen. Heel vlug echter werd de familie en dus ook Sporting Ternat getroffen  door een zware tragedie. Na enkele maanden voorzitterschap overleed Jean Wauters aan een  hartaanval, zonder dat hij het werk dat hij met zoveel enthousiasme was begonnen ooit had  kunnen afmaken. Hij werd op 30 december 1990 begraven en werd op 10 januari 1991  opgevolgd als voorzitter door zijn broer Georges, die sindsdien Ternat niet meer heeft losgelaten.  Vandaag bekleedt Georges het mandaat van afgevaardigd bestuurder in de beheers-VZW van  sporting, maar dat heeft hem nooit belet om tevens het onderhoud te doen van de kleedkamers en  de kantine en ervoor te zorgen dat de velden bespeelbaar blijven. Daarnaast helpt hij nog zijn  vrouwtje bij de bediening in de kantine tijden de zondagse thuismatchen. Dit laat hem toe bij het  ophalen van de glazen met eenieder zijn klapke te doen en mee te genieten van weer een mooie  overwinning van rood-wit of zijn spijt te verbijten bij opnieuw nutteloos puntenverlies.  Begin van de negentiger jaren waren bestuur,spelers en supporters lichtjes gefrustreerd geraakt  omdat Ternat steevast eindigde in de voorste helft van de rangschikking maar nooit echt kon  meedoen voor de titel. Het aantrekken van Guy Denil als trainer moest daar verandering in  brengen. Smaakmakers in de ploeg waren op dat ogenblik de gebroeders De Donder, Benny De  Rijck, Alex Moens, Guy Vermoesen, Gunther Vandersmissen, Danny Bauters, Joost Boudry, de  ervaringrijke technisch begaafde rechterflankverdediger Françis Hannaert en Frank Wauters.  Jurgen De Braeckeleer, die op het eind van de tachtiger jaren tweede doelman was geweest na  Patrick Merckx, werd eerste doelman,  Na een eerder ontgoochelend eerste seizoen kreeg trainer Denil en hulptrainer André De Donder  voor het seizoen 1991-92 nog extra munitie bij. Dit verklaart zich mede door de intrede van  Emile Demul, een textielhandelaar, als nieuwe voorztter. Voor het seizoen 1991-92 werden aldus  Ronny Van Cauwelaert en Luc Libert van Dilbeek aangetrokken, Jean-Lou Meinaert van  Overijse, Nico De Vroe van S.K.Gooik, en werd Guy Vermoesen definitief van Sporting. Ook  tijdens dat seizoen heeft sporting echter jammer genoeg nooit meegedaan voor de titel.  Het volgend jaar werd dan nogmaals zwaar uitgehaald en werd opnieuw de kaart getrokken van  de dure aankopen. Alzo werden voornamelijk Ronny Van Poucke en Chris Guldemont  aangetrokken. Chris Guldemont was een speler van nationale allure en speelde in 1992 nog bij  derdeklasser Lembeek. Ronny Van Poucke had het voordien geschopt tot in het eerste elftal van  Anderlecht, Beerschot en La Louvière.  De aankooppolitiek van die jaren leidde wel tot het verlies van enige vaste lokale waarden. Alzo  verlieten Rudy De Donder, Jan De Bot, Joost Boudry, Danny Bauters, Jurgen De Braeckeleer, de  gebroeders De Rijck, allen in 1992 Sporting Ternat. Reeds in oktober 92 liep het opnieuw mis.  Ternat kampte met een zware blessurelast. Ronny Van Poucke kwam niet tot spelen als gevolg  van gesukkel met de knie en Jurgen De Donder was definitief uitgevallen wegens rugklachten.  Zoals het echter zo vaak het geval is, was het de trainer die de slechte resultaten moest betalen.  Guy Denil stapte op en Michel Van Vaerenbergh, hulptrainer bij S.K. Lombeek wou Ternat  depanneren.  Onder Michel Van Vaerenbergh zagen we in 1992 voor het eerst op zestienjarige leeftijd Jochen  De Brabanter op het scheidsrechtersblad verschijnen. Jochen groeide sinsdien uit tot de spil van  de ternatse aanval en scoorde in het seizoen 1998-99 liefst 22 keer. Zijn aantreden in het eerste  elftal ging in het begin vaak gepaard met kuren en incidenten, maar toch was er geen bestuurslid  of supporter die er ooit aan dacht om het hem echt kwalijk te nemen.  In dat jaar kwam ook Koen Thiebaut de ternatse gelederen versterken. Koen was een degelijke  mandekker met een leeuwenhart, dat jaren klopte voor sporting. Toen hij na het seizoen 1997-98  sporting ruilde voor S.V. Asse verloor Ternat een van zijn trouwste soldaten, die het intussen tot  kapitein had gebracht.  Michel werd midden het seizoen 1993-94 vervangen door Erwin Michiels. Tijdens dat seizoen  stond opnieuw Jos De Vits in de ploeg en was ook Alex Moens komen opdagen. Deze laatste  wisselde behoorlijke matchen af met mindere dagen. In elk geval bracht Alex het later nog tot  invaller bij S.K. Lombeek in bevordering, hetgeen toch zijn intrinsieke waarde aantoont.  Voor de rest steunde het elftal vooral op de gebroeders Wauters, Jean-Louis Meynaert, Dirk  Piers, Luc Libert ... Intussen was ook de jonge belofte Jochen De Brabanter van de kern gaan  deel uitmaken. Tussen hem en Erwin Michiels heeft het echter nooit echt geklikt. Jochen kwam  dan ook onder Michiels minder aan bod.  Van dezelfde generatie is ook Joeri De Clerck. Over Joeri werd destijds met heel veel lof  gesproken, onder meer door trainer Guy De Nil die hem aan het werk had gezien in de  jeugdelftallen. Joeri groeide in de tweede helft van de negentiger jaren uit tot één van de vaste  pionnen van het elftal in de rol van verdedigende middenvelder. Van Joeri, die de aardse  geneugten niet schuwt,wordt vooral zijn teamspirit geapprecieerd en zijn positieve ingesteldheid.  Voor zijn medespelers zijn deze vaak een opkikker .  Ternat kon dat seizoen zijn redding nog nipt verzekeren door een overwinning tegen Woluwe  met onder meer een goal van Rudi De Donder. De redding van Ternat was ten koste van S.V.  Asse dat zakte naar derde provinciale.  Voor het seizoen 1994-95 werd nogmaals de infrastructuur verbeterd. Tot nu toe beschikte  sporting, naast zijn eerste terrein slechts over één oefen-en jeugdterrein, gelegen achter het  sportcentrum tussen de T'Serclaesstraat en de P.Van Cauwelaertstraat. Op dezelfde locatie werd  door het gemeentebestuur onder burgemeester Gerard Platteau en Sportschepen Frans Holsters,  tevens bestuurslid van Sporting, een tweede terrein aangelegd.  Het seizoen 1994-95 startte sporting op sportief vlak schitterend. Er werd onmiddellijk  gewonnen op het veld van Halle met 0-2. Frank Wauters maakte de twee doelpunten. Het was  echter jammer genoeg één van de weinige hoogtepunten van dat seizoen. Nadat het al een vijftal  jaar was misgelopen, moest Sporting uiteindelijk in 1995-96, onder trainer Danny De Krick, die  Michiels was opgevolgd, nieuw leven ingeblazen worden.  Frans Ebraert, die later in 1999 Ternat bijna nog voor de eeuwwisseling de tweede  kampioenstitel bezorgde, werd hulptrainer. Het elftal van 1995 droeg in zich onmiskenbaar de  kiemen van een verdienstelijke ploeg. Er was immers een zeer behoorlijke voorlinie met Jochen  De Brabanter, Rudy De Donder en de polyvalente aanvaller Bart Brion, die van F.C.Wambeek  werd aangetrokken. Tevens was de samenstelling van het middenveld niet onaardig met Jos De  Vits, Danny Bauters, Geert Leo, Dirk Piers ... Achteraan vonden we ondermeer Koen Thiebaut,  Frederic Wauters en Jan De Bot. Toch kon Sporting dat seizoen nooit echt overtuigen.  Doelmanperikelen waren hieraan zeker niet vreemd. De eerste keeper Stephan Elsier moest  immers vervangen worden door invaller Jo Van Der Elst, die ondanks heel veel goede wil toch  heel wat ongelukkige doelpunten moest incasseren. Sporting Ternat zakte opnieuw naar derde  provinciale.  Voor Ternat begonnen de laatste vijf jaren van het millenium dan ook in mineur. Het  bestuurstroika Georges Wauters, voorzitter, Luc Janssens, secretaris en Emile De Deckers  wachten dan ook enkele moeilijke jaren. De voorbije jaren hadden zowel op bestuurs- als op  sportief vlak immers een kater achtergelaten. Voorzitter Demul moest als gevolg van een  faillissement afhaken en heel wat bestuursleden uit het begin van de negentiger jaren, Ludo Van  Cauwelaert, Joris Vandersmissen en Pierre De Hertogh, volgden om diverse redenen zijn  voorbeeld.  Sportief werd voor het seizoen 1996-97 nochtans een mooie ploeg aangeboden, die de ambities  van supporters en bestuur om onmiddellijk opniew te stijgen naar tweede provinciale in theorie  waar moesten kunnen maken. Sporting beschikte immers vanaf dat seizoen over een uitstekende  doelman, die tevens een fantastische clubspeler was, namelijk Geoffrey Gillis. Geoffrey zou  sporting verlaten na het seizoen 1997-98 samen met de reeds vroeger genoemde Koen Thiebaut  en Bart Brion. Hij speelde immers zaalvoetbal met Halle op het hoogste niveau en zag om  persoonlijke redenen af van de combinatie. Achteraan beschikte deze ploeg ook nog over Luc  Blendeman, die stevige verdedigerskwaliteiten verenigde met sterk spelinzicht en een  loupezuivere lange pas. Luc Blendeman verliet sporting op het eind van het jaar voor F.C  Wambeek, met wie hij onmiddellijk de kampioenstitel pakte. Ook kwalitatief zeer waardevol  was de aanwezigheid van Johan Van De Velde in dit elftal. Deze mischien iets te frèle  middenvelder verliet Ternat voor Asse ter Heide voor het sezoen 1998-99. Ondanks deze mooie  namen gekoppeld aan het ontwikkeld ternats jong talent, zoals De Brabanter, De Clerck, Fréderik  Wauters en de vaste waarden Jos De Vits en Rudy De Donder, werd jammer genoeg dat jaar  geen titel behaald. Ternat bracht het wel tot een eindronde, maar werd er uitgekegeld door het  staalharde en meer gemotiveerde Tremelo, na een zware thuisnederlaag.  Tijdens het jaar 1997-98 werd ook de administratieve stuctuur van de club grondig herschikt. Het  beleid van sporting zou voortaan bepaald worden in de schoot van een V.Z.W. en niet langer  door een feitelijke vereniging. Er werden heel wat nieuwe mensen opnieuw bij het bestuur  betrokken. Alzo kwam opnieuw Louis De Saeger in het ternats bestuur, alsmede een aantal  nieuwelingen, zoals Jean De Backer(Laiz'n), Erwin Broeders en Willy Mergan. Dit nieuw  bestuur werd onmiddellijk geconfronteerd met twee hete hangijzers. Vooreerst stelde zich de  vraag over al dan niet fusie van alle ternatse voetbalploegen en vervolgens stelde het  gemeentebestuur het subsidieringsbeleid in vraag. Van in het begin leek F.C. Wambeek niet echt  geïnteresseerd in een fusieploeg. Zij oordeelden dat het beter was om verder de eigen erwtjes te  doppen. De fusiegedachte leefde wel sterker in Ternat en Lombeek. Zij kwamen zelfs tot een  echt fusieplan dat echter onder druk van supporterskernen en belangencoalities nooit  goedgekeurd werd. De fusiegedachte Ternat-Lombeek werd begin 1998 definitief begraven.  Lombeek heeft de fusieweg dan maar alleen verder gevolgd en realiseerde op het eind van het  seizoen 1998-99 een fusie met F.C. Liedekerke.  De financiering van de voetbalploegen werd in 1998-99 door het gemeentebestuur onder leiding  van burgemeester Gerard Platteau verzekerd via de overname van de infrastructuur van de  voetbalploegen. Dit bezorgde ook Sporting Ternat een paar miljoen die de club moet toelaten de  21ste eeuw sportief en logistiek voor te bereiden.  Het sportief seizoen 1997-98 werd aangevat met Guy Vermoesen als trainer. Guy Vermoesen  had het vorige jaar kampioen gespeeld met de kadetten en beschikte over een Heizel- trainersgetuigschrift, waardoor hij klaar geacht werd voor het grote werk. Het experiment had  kans op slagen vermits Guy op het veld zou kunnen bijgestaan worden door enkele oude rotten.  Voor deze taak werd vooral gerekend op de zevenendertigjarige Yvan Moock, die de  jeugdreeksen van Anderlecht had doorlopen, met Exelsior Moeskroen in tweede nationale had  gespeeld en daarna vaste pion is geweest bij F.C. Lombeek in bevordering. Yvan heeft zeker in  de tweede helft van het seizoen die rol waargemaakt.  Eveneens van Lombeek werd Alwin Meyskens aangetrokken. Ook over Alwin kan heel wat  goeds gezegd worden, alhoewel zijn eerste seizoen bij sporting door velen niet als een  onverdeeld succes werd gezien. Intussen heeft Alwin de twijfelaars al lang overtuigd, na zijn  meer dan behoorlijk seizoen 1998-99.  Ondertussen waren ook de eerste producten binnengesijpeld van de eeuwige kampioenenploeg  van sporting, die bij de beloften geleid werd door Michel De Coster. De eersten uit deze ploeg  die de vuurdoop ondergingen waren Mario De Smedt en David Baveghems. Hun opname in de  ploeg kon niet echt succesvol genoemd worden want beiden weken al vlug uit naar het  liefhebbersvoetbal. Beter verging het Steve De Saeger en Tom Van Hecke die 1997-98  volmaakten en geregeld speelden. Steve De Saeger sloeg er zelfs in enkele markante doelpunten  te scoren.  Toen met kerstmis 1997 bleek dat sporting haar titelambities opnieuw ernstig in gevaar kwamen,  werd hevig aan de noodrem getrokken. Guy Vermoesen werd ontslagen en werd vervangen door  de turbulente trainer van Marocaine en S.K.Londerzeel, Geert De Petter. Met Geert werd een  trainer binnengehaald van uitzonderlijke allure. Al degenen die met hem hebben samengewerkt  werden geïmponeerd door zijn scherp tactisch voetbalinzicht en zijn onvermoeibaar  temperament. Dit alles werd bovendien gecombineerd met een onstuitbare overwinningsdrang.  Dankzij Geert De Petter kreeg sporting van een verloren positie met nieuwjaar opnieuw zicht op  de titel tot de laatste zondag van het seizoen. Toen de ploeg in de laatste weken af en toe tekort  schoot in haar motivatie brulde hij dan ook als een leeuw. Het seizoen eindigde uiteindelijk nog  met een wrang gevoel.  Toen na het seizoen vlug bleek dat De Petter aanbiedingen had van ploegen van eerste  provinciale moest uitgekeken worden naar een nieuwe trainer. Vermits nog altijd de ambitie  aanwezig was om zo spoedig mogelijk te promoveren naar tweede provinciale, werd opnieuw  een naam uit het voetbal aangetrokken. De keuze viel deze keer op Chris Cools, ex-jeugdtrainer  bij Eendracht Aalst en trainer van F.C. Hekelgem in bevordering. Frans Ebraert, zou ook hem  bijstaan als hulptrainer.  Het vertrek van Yvan Moock dwong bovendien Ternat op zoek te gaan naar een oudere speler  die samen met Jos De Vits de ploeg zou kunnen dragen. Tevens moesten de jongeren, die  Sporting absoluut wou inpassen in het eerste elftal, omkaderd worden. Het was immers de  bedoeling om de piepjonge Steve De Saeger, Tom Van Hecke, Kenny Buyck, Kevin  Rampelbergh, Kenneth Van Den Broeck en desgevallend nog anderen van de kampioenen- beloftenploeg aan bod te laten komen. Deze taak werd opgedragen aan Johan Herroes die  overkwam van Kester. Johan ontbrak niet het temperament om deze taak op te nemen, maar  kwam terecht in een ploeg die vanaf september alle cohesie verloor. Ook de nieuw aangetrokken  spelers Bart De Pauw, Koen Claeys, Renaat De Schrijver en Christof Denul, deelden mee in deze  malaise. Voor Bart werd het allemaal al vlug teveel, terwijl Renaat, Koen en Christof zich nog  zeer verdienstelijk konden maken tijdens de tweede helft van het seizoen.  De revelatie van het seizoen 1998-99 was echter ontegensprekelijk Kenny Sergeant. Op  zeventienjarige leeftijd moest hij de last tornen van eerste doelman van Sporting. Daarbij werd  het hele jaar haast gevoetbald zonder reservedoelman, tot uiteindelijk Jelle Rossel op het einde  van het seizoen die rol kreeg toebedeeld.  Het feit dat Sporting tot op de laatste zondag opnieuw in de running was voor promotie, is  ontegensprekelijk mede de verdienste van Kenny, die Ternat ettelijke punten bezorgde met  meesterlijke reddingen.  Daarnaast had ook de trainer Frans Ebraert een groot deel aan deze puike prestatie. Nadat in  november 1998 de breuk tussen Chris Cools en de spelersgroep onherstelbare vormen had  aangenomen, schonk het bestuur schoorvoetend en op aandringen van de spelers het vertrouwen  aan de hulptrainer. In een minimum van tijd ontwikkelde Frans zich, ondanks alle perikelen, tot  een echte patron, die het vertrouwen genoot van zijn spelers en zeer vlug tot resultaten kwam. De  tweede helft van het seizoen 1998-99 bracht aldus voor bestuur en supporters toch nog een  spannende brok voetbal. Ternat eindigde uiteindelijk derde en Mazenzele werd kampioen voor  Groot Bijgaarden.  Het laatste seizoen van het millennium ging sporting opnieuw in met de terechte ambitie om  kampioen te spelen. Van de jongeren verwachtte men dat zij stilaan de maturiteit zouden  verwerven om de resultaten die zij in de jeugdreeksen konden bereiken te evenaren met het  eerste elftal. Nadat ook Dimitri Weeckers opgedoken was in de kern, werd de kampioenen- beloftenploeg van het midden van de negentiger jaren opnieuw praktisch helemaal herenigd.  Van de zeer professionele oefenmeester Guy Bogaerts, met zijn ervaringrijke assistent Frans De  Cuyper, werd verwacht dat zij deze uiterst jonge ploeg zouden leiden tot de prestaties van het  verleden. De aangetrokken talentvolle nieuwe spelers dienden hen zeker bij deze opdracht te  helpen. Alzo werd, vanuit Mazenzele, de scoor- en assistmachine Henk Loosveld aangetrokken,  werd het middenveld versterkt met de technisch sterke Merchtemse aanvallende middenvelder  Styn Van Wemmel, en werd de verdediging onmiskenbaar versterkt met de balvaardige Eddy  Van Oudenhove en met de solide Frank Theeuwissen.  Het mag dan ook niet verbazen dat Sporting Ternat, 50 jaar na zijn oprichting en 25 jaar na de  eerste kampioenstitel, de jarenlange ambitie om kampioen te spelen in het seizoen 1999- 2000  kon waarmaken en uiteindelijk weer zijn plaats in tweede provinciale innam. Laat ons hopen dat  een volgende kampioenstitel geen 25 jaar op zich laat wachten.  © Ronald Parys - Sporting Ternat van 1950 tot 2000, Kroniek van een voetbalploeg.
KSKL TERNAT
officiele website 2e provinciale B
© copyright 2010 - 2017    STUDIO KSKLT
co - sponsors